Een heg, houtwal of takkenril biedt ruimte aan het schuilen en broeden van insecten, zoogdieren en vogels. Ook paddenstoelen, mossen en varens groeien graag op dit soort plekken. Groene perceelscheidingen zorgen voor een aantrekkelijk leefgebied voor veel nuttige dieren. Ze geven een boost aan de biodiversiteit.
De buitengebieden zijn van belang voor akker-, weidevogels zoals patrijzen, kievieten, veldleeuwerik et cetera., maar ook zoogdieren zoals hazen en egels en amfibieën. Al deze soorten hebben voedsel en bescherming nodig in het open agrarisch landschap om te overleven.
Patrijshagen, keverbanken, kruidenrijk gras, winterstoppels en kikkerpoelen zijn hierbij onmisbaar.
Het beter benutten van verplichte bufferstroken biedt hiervoor potentie. Agrarische natuurvereniging Slagenlandschap met aangesloten biologische boeren zetten zich hier al voor in, zoals door een akkervogelgebied en aanplant van wilgen. Buitengebieden zijn belangrijke overgangsgebieden tussen bebouwde omgeving en natuurgebieden.
Hoofdstuk
Artikel 16.
Beleidsregel: Langs perceelsgrenzen in het buitengebied worden waar mogelijk groene perceelscheidingen aangebracht, zoals heggen, houtwallen of takkenrillen
Onderdeel van Omgevingsprogramma Groen