**1..** De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.
**2..** Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel driehonderdvijfenzestigste gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog dagen overblijven.
**3..** Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel driehonderdvijfenzestigste gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog dagen overblijven.
**4..** Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar van een ander perceel gebruik maakt.
**5..** Voor de beoordeling van het belastingtarief geldt het aantal bij de gemeente ingeschreven personen op dat perceel op 1 januari van het belastingjaar – of indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht – aanwezig zijn.
**6..** De belasting zoals bedoeld in artikel 4 lid 2 wordt bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht, als voorlopig opgelegd. Het aantal voorlopige ledigingen wordt vastgesteld op 60 ontgrendelingen van een ondergrondse inzamelcontainer dan wel op 13 ledigingen van een minicontainer. In het opvolgende belastingjaar wordt deze voorlopige aanslag verrekend met de geregistreerde ontgrendelingen dan wel ledigingen.
Artikel 7
Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing 2026