Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.2

Artikel 3.2.5

Parkeerdrukmeting

Onderdeel van Nota parkeernormen 2025

De eventueel aanwezige restcapaciteit in de directe omgeving, zijnde openbare ruimte, van een ruimtelijke ontwikkeling moet met een representatieve parkeerdrukmeting, vooraf afgestemd met de gemeente (afdeling verkeer) en op kosten van de initiatiefnemer inzichtelijk worden gemaakt. De parkeerdrukmeting moet voldoen aan de volgende voorwaarden: De meting moet representatief zijn, passend bij de ruimtelijke ontwikkeling. Daarom moet rekening gehouden worden met speciale omstandigheden die een afwijkend parkeerbeeld tot gevolg kunnen hebben. Elk representatief meetmoment moet minimaal twee keer gemeten worden. De aanwezigheidspercentages in Tabel 1 worden toegepast om te bepalen wat de representatieve momenten zijn voor een specifieke parkeerdrukmeting. Het onderzoeksgebied van de parkeerdrukmeting moet binnen de van toepassing zijnde maximale loopafstand vallen. Het onderzoeksgebied wordt opgedeeld in secties van maximaal 100m lengte die rekening houden met de aanwezige situatie. De parkeercapaciteit binnen het onderzoeksgebied moet éénduidig en herleidbaar worden vastgesteld en weergegeven. Bij de bepaling van de parkeercapaciteit moet rekening gehouden worden met de eventueel van toepassing zijnde parkeerregulering. De eventueel beschikbare restcapaciteit wordt berekend door de parkeerdruk in mindering te brengen op 85% van de totale parkeercapaciteit. Het kan voorkomen dat een ruimtelijke ontwikkeling vraagt om een uitgebreider parkeeronderzoek, dat zal per geval door de gemeente beoordeelt worden.

Rechtspraak bij dit artikel