Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6.

Artikel 13.

Bijzondere verplichtingen van de subsidieontvanger

Onderdeel van Algemene subsidieverordening Noord-Beveland 2026

1.. Indien het subsidiebedrag meer bedraagt dan € 50.000,00 voor activiteiten die meer dan een jaar in beslag nemen, verplicht het college in het besluit tot het verlenen van de subsidie tot het jaarlijks afleggen van rekening en verantwoording over de tot dan verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten onder overlegging van een accountantsverklaring. In het besluit tot het verlenen van de subsidie wordt bepaald op welk moment de accountantsverklaring moet worden overlegd en aan welke eisen de accountantsverklaring dient te voldoen. 2.. Bij subsidieregeling of in het besluit tot het verlenen van de subsidie kunnen aan de subsidieontvanger ook andere verplichtingen dan genoemd in het voorgaande artikel en in artikel 4:37, eerste lid, de Algemene wet bestuursrecht worden opgelegd, voor zover deze strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie. In de toelichting bij de subsidieregeling wordt uiteengezet waarom daartoe wordt overgegaan. 3.. Bij de subsidieregeling kunnen verplichtingen die niet strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie aan de subsidie worden verbonden, voor zover deze verplichtingen betrekking hebben op de wijze waarop of de middelen waarmee de gesubsidieerde activiteit wordt verricht. In de toelichting bij de subsidieregeling wordt uiteengezet waarom daartoe wordt overgegaan. 4.. Bij subsidieregeling of in het besluit tot het verlenen van de subsidie kan worden bepaald dat de subsidieontvanger, voor zover het verstrekken van de subsidie heeft geleid tot vermogensvorming, daarvoor aan het college een vergoeding verschuldigd is als zich een gebeurtenis voordoet als bedoeld in artikel 4:41, tweede lid, Algemene wet bestuursrecht. Daarbij wordt tevens aangegeven hoe de hoogte van de vergoeding wordt bepaald.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel