In dit statuut wordt verstaan onder:
Autoriteit Financiële Markten (AFM): de Nederlandse toezichthouder die zich richt op het gedragstoezicht op de financiële markten om transparantie, duidelijkheid en eerlijkheid te waarborgen.
Bank Nederlandse Gemeenten (BNG): een Nederlandse bank die eigendom is van Nederlandse overheden en zich richt op het financieren van projecten in de publieke sectoren het maatschappelijk belang, met als doel maximale maatschappelijke impact.
Derivaten: financiële instrumenten die hun bestaan ontlenen aan een bepaalde onderliggende waarde, zoals aandelen, leningen en obligaties. Derivaten worden onder andere gebruikt om renterisico’s te sturen en financieringskosten te minimaliseren.
Financiering: het aantrekken van benodigde financiële middelen voor een periode van minimaal één jaar plus één dag. Deze middelen bestaan uit vreemd vermogen.
Garantie: een borgstelling waarbij de gemeente zich tegenover een geldverstrekker verbindt om één of meerdere vorderingen van een geldverstrekker op een debiteur te voldoen indien de debiteur niet aan zijn betalingsverplichtingen voldoet.
Geldstromenbeheer: het geheel van activiteiten die nodig zijn om liquiditeiten te transfereren zowel binnen de organisatie als tussen de organisatie en derden (betalingsverkeer).
Intern liquiditeitsrisico: het risico van mogelijke wijzigingen in de liquiditeitenplanning en meerjaren investeringsplanning waardoor financiële resultaten kunnen afwijken van de verwachtingen.
Kasgeldlening: een kortlopende lening, meestal met een looptijd van 1 tot 12 maanden.
Kasgeldlimiet: een door de Wet fido voorgeschreven sturings- en verantwoordingsinstrument ter beperking van het renterisico op de korte schuld met een looptijd van minder dan een jaar.
Koersrisico: het risico dat de financiële activa van de organisatie in waarde verminderen door negatieve koersontwikkelingen.
Kredietrisico: het risico op een waardedaling van een vordering ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door de tegenpartij.
Langlopende financiering: een lening met een looptijd langer dan 1 jaar.
Liquiditeitenplanning: een gestructureerd overzicht van de toekomstige inkomsten en uitgaven ingedeeld per tijdseenheid met als doel de liquiditeitsontwikkeling in de gaten te houden.
Liquiditeitspositie: het totaal van de rekening-courantsaldi, kasgeld- en daggeldleningen.
Onderhandse leningen: leningen waarbij de voorwaarden van de lening in onderling overleg met de geld gevende- of geld ontvangende partij wordt vastgesteld.
Publieke taak: de overheid kan/mag iets tot haar publieke taak rekenen wanneer het particuliere bedrijfsleven niet of tegen bijzonder hoge kosten in een voorziening voorziet, waardoor deze niet of voor velen niet bereikbaar is.
Rating: de inschatting van de kans op eventuele wanbetalingen bij toekomstige rente-en aflossingsbetalingen op schuldpapier.
Rentecompensatiecircuit: systeem waarbij de (valutaire) debet en creditsaldi van alle rekeningen van de gemeente worden samengevoegd tot één gecombineerd saldo, waarover de rente wordt berekend.
Renterisico: het risico van ongewenste veranderingen van de (financiële) resultaten van de gemeente door rentewijzigingen.
Renterisiconorm: het maximumbedrag conform de Wet fido waarover in enig jaar renterisico mag worden gelopen als gevolg van aflossing en renteherziening van de vaste schuld.
Rentetypische looptijd: het tijdsinterval gedurende de looptijd van een geldlening, waarin op basis van de voorwaarden van de geldlening sprake is van een door de verstrekker van de geldlening niet beïnvloedbare, constante rentevergoeding.
Rentevisie: toekomstverwachting over de rente-ontwikkeling.
Schatkistbankieren: het aanhouden van overtollige middelen in de schatkist bij het ministerie van Financiën.
Treasuryfunctie: alle activiteiten die zich richten op het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële stromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s.
Uitzetting: het tijdelijk toevertrouwen van liquiditeiten aan derden tegen vooraf overeengekomen condities.