Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 7

Kennisgeving en hoorplicht bij vergrijpboete

Onderdeel van Beleidsregels bestuurlijke boeten toeristenbelasting gemeente Noord-Beveland

1.. Bij het opleggen van een verzuimboete gelden dezelfde waarborgen als bij het opleggen van een vergrijpboete met uitzondering van de kennisgeving en hoorplicht vooraf (zie artikel 67pa, eerste lid, van de AWR). Dit artikel betreft dus een extra waarborg bij het opleggen van een vergrijpboete. 2.. Een kennisgeving is een rapport in de zin van artikel 5:48 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna te noemen: Awb). 3.. De kennisgeving van het voornemen een vergrijpboete op te leggen en van de gronden waarop dat voornemen berust, geschiedt schriftelijk. Het voorschrift om de kennisgeving schriftelijk te doen, is opgenomen om iedere twijfel over de nakoming van deze verplichting uit te sluiten. 4.. De heffingsambtenaar geeft belanghebbende een redelijke termijn van zes weken na dagtekening van de kennisgeving, waarbinnen belanghebbende de aangevoerde gronden kan betwisten. 5.. In afwijking van het vierde lid kan de termijn in de gevallen waarin dadelijk en ineens invorderbare belastingaanslagen worden opgelegd, afhankelijk van de feiten en omstandigheden, worden verkort. 6.. Indien belanghebbende de in de kennisgeving aangevoerde gronden mondeling wenst te betwisten, wordt hij door de heffingsambtenaar gehoord. 7.. Belanghebbende is tijdens het verhoor als bedoeld in het zesde lid niet tot antwoorden verplicht (artikel 5:10a van de Awb). Hij dient voor aanvang van het verhoor hierop te worden gewezen (cautie). Dit geldt ook voor het recht op rechtsbijstand (ECLI:NL:HR:2024:1135; artikel 6, derde lid, aanhef en onder c, EVRM en artikel 14, derde lid, aanhef en onder d IVBPR). 8.. De heffingsambtenaar maakt na afloop van het verhoor een verslag. Het verslag van het verhoor bevat de volgende gegevens: datum, tijdstip en plaats van het verhoor; naam van de verhoorde; naam of namen van degene(n) die verhoort/verhoren; indien bijstand aanwezig is, de namen en hoedanigheden van degene(n) die bijstand verleent/verlenen; indien een tolk aanwezig is, de naam van de tolk en gebruikte taal; de melding van het geven van de cautie en van het recht op rechtsbijstand; doel van het verhoor; verklaring(en) van de verhoorde afgelegd tijdens het verhoor; handtekening van degene(n) die verhoort/verhoren 9.. Belanghebbende krijgt een afschrift van het verslag. 10.. Het opleggen van de vergrijpboete moet achterwege blijven indien het verweer van belanghebbende tot de gevolgtrekking leidt dat de in de kennisgeving genoemde gronden onvoldoende aanknopingspunten voor het vaststellen van opzet of grove schuld opleveren. In een dergelijke situatie kan de heffingsambtenaar nog wel overgaan tot het opleggen van een verzuimboete. Het una-viabeginsel staat daaraan niet in de weg. De betwisting van de kennisgeving kan tot een lagere boete leiden indien de opzet of grove schuld wel bewijsbaar is, maar de betwisting aanleiding geeft de boete op een lager bedrag vast te stellen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel