Naar hoofdinhoud
Een inzamelplaats dient zo te worden geplaatst dat: De afstand gemeten vanaf de uiterste rand van de inzamelplaats tot aan een kruising, rotonde en/of afslag minimaal 25 meter bedraagt; De afstand gemeten vanaf de uiterste rand van de inzamelplaats tot aan een, al dan niet met verkeerslicht uitgeruste, oversteekplaats minimaal 25 meter bedraagt; De inzameldienst voldoende ruimte heeft om het inzamelvoertuig voldoende veilig op te stellen, rekening houdend met de mogelijke risico’s voor: Voetgangers en fietsers; Gemotoriseerd verkeer; De bereikbaarheid voor alarm- en hulpdiensten; Het verkeer dat gebruik maakt van de aanliggende weg bij voorkeur de mogelijk heeft om 1 zijde van de weg te blijven gebruiken; De inzamelplaats en de individuele inzamelmiddelen geen directe verkeershinder veroorzaken.

Rechtspraak bij dit artikel