Deze voorwaarde gaat allereerst om de bekwaamheid van de inwoner die het pgb aanvraagt. De inwoner moet duidelijk maken dat hij zelf, of met hulp van een PGB-beheerder of vertegenwoordiger in staat is een pgb te beheren. De inwoner of de PGB-beheerder moet in het geval van een dienstverlenende voorziening bijvoorbeeld in staat zijn om onder andere de volgende taken uit te voeren:
het kiezen van een zorgverlener die de gevraagde ondersteuning kan bieden;
het aangaan van een contract met de zorgverlener;
het aansturen van de zorgverlener; en,
het bijhouden van een juiste administratie (hieronder valt ook het overleggen van een zorgovereenkomst aan de SVB, voordat de SVB over kan gaan tot betaling aan de zorgverlener).
De bekwaamheid voor het hebben van een pgb wordt in samenspraak met de inwoner en/of met de pgb-beheerder getoetst. Het oordeel van de gemeente is hierin echter leidend. Mocht de gemeente van mening zijn, dat de inwoner niet in staat is om de aan een pgb verbonden taken verantwoord te kunnen uitvoeren, dan kan de gemeente het pgb weigeren.
Ook de PGB-beheerder moet voldoende in staat zijn om de PGB-taken uit te voeren. De gemeente bekijkt bijvoorbeeld of er sprake is van belangenverstrengeling tussen degene die de zorg op basis van de PGB gaat leveren en de PGB-beheerder. Wanneer hier sprake van is kan de gemeente het PGB weigeren. (Zie bijvoorbeeld ECLI:NL:CRVB:2024:1557 of CRVB:2019:2803). (Zie ook hoofdstuk 5.5.)
Hoofdstuk 5: › Paragraaf 5.4.
Artikel 5.4.1.
Voldoende in staat de PGB-taken uit te voeren
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Wijdemeren 2026