In de Wmo wordt de nadruk voor alle soorten aanvragen gelegd bij het onderzoek naar de persoonskenmerken, zijn sociale omgeving en de mate waarin de aanvrager de noodzaak tot hulp of voorzieningen had kunnen voorzien. Als uiteindelijk een maatwerkvoorziening nodig is (dat kunnen woningaanpassingen zijn) wordt - onveranderd- de goedkoopst adequate voorziening verstrekt. Bij met name grote woningaanpassingen wordt dus nog steeds de afweging gemaakt of dit de goedkoopst adequate oplossing is. Soms kan dit betekenen dat verhuizen de goedkoopst adequate oplossing is. Zie ook artikel 8 lid 8 en 11 lid 6 van de verordening.
Als geadviseerd wordt om te verhuizen kan eventueel – wanneer nodig- ondersteuning worden geboden bij het vinden van geschikte woonruimte. Deze mogelijkheden tot ondersteuning zijn zeer beperkt omdat de gemeente geen invloed heeft op de woningmarkt, maar kunnen bestaan uit plaatsing op de lijst voor vrijkomende rolstoelwoning of hulp door een cliëntenondersteuner bij het zoeken op WoningNet of Funda.
In hoofdstuk 2.11 is al ingegaan op de voorzienbaarheid en de vermijdbaarheid van de noodzaak tot ondersteuning. Dit is op alle maatwerkvoorzieningen van toepassing. Dus ook bij woningaanpassingen. Dit betekent bijvoorbeeld dat wanneer iemand verhuist naar een woning waarvan bij verhuizing duidelijk is dat deze niet geschikt is voor de inwoner of zijn huisgenoten men niet in aanmerking komt voor woningaanpassingen.
Hoofdstuk 7: › Paragraaf 7.3.
Artikel 7.3.5.
Grote woningaanpassingen versus verhuizen
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Wijdemeren 2026