2.4.3.1Primaat collectief vervoer
Bij vervoersvoorzieningen geldt dat het collectief vervoer het uitgangspunt is. Dit noemen we: “het primaat van het collectief vervoer”. De inwoner komt alleen in aanmerking voor een andere vervoersvoorziening, wanneer hij geen gebruik kan maken van het collectief vervoer of wanneer het collectief vervoer niet passend is. De vraag of het collectief vervoer passend is, wordt beantwoord op grond van een onderzoek naar de beperkingen, persoonskenmerken en vervoersbehoeften van de inwoner. Hierbij is belangrijk hoe het behoud of bevorderen van de zelfredzaamheid of deelname aan het maatschappelijk verkeer bereikt wordt.
2.4.3.2Aanvullende vervoersvoorziening
Wanneer een inwoner minder dan 100 meter kan lopen, kan worden beoordeeld of naast een voorziening als het collectief vervoer een voorziening nodig is voor de zeer korte afstand.
2.4.3.3Minderjarigen
In het algemeen hebben kinderen tot 12 jaar geen zelfstandige vervoersbehoefte. Zij kunnen met hun ouders mee, al dan niet met het openbaar vervoer, zonder dat een voorziening wordt verstrekt.
HOOFDSTUK 2. › § 2.4
Artikel 2.4.3
Overige aspecten
Onderdeel van Nadere regels maatschappelijke ondersteuning Sint-Michielsgestel 2026