De inwoner moet op eigen kracht of met hulp van iemand uit het sociaal netwerk of een vertegenwoordiger verantwoord om kunnen gaan met het persoonsgebonden budget. Deze bekwaamheid wordt vooraf beoordeeld door de gemeente. De beoordelingscriteria zijn:
Kan de inwoner de eigen situatie overzien en zelf de benodigde hulp kiezen, regelen en sturen?
Is de inwoner op de hoogte van de rechten en plichten die horen bij het beheer van een persoonsgebonden budget en kan hij hiermee omgaan?
Kan de inwoner de opdrachtgeverstaak op zich nemen? Deze bestaat uit het uitzoeken van een aanbieder, sollicitatiegesprekken voeren, contracten afsluiten, facturen afhandelen en het bewaken van de kwaliteit en de voortgang van de hulpverlening.
3.2.1.1Geen persoonsgebonden budget
Een inwoner krijgt geen persoonsgebonden budget wanneer er een ernstig vermoeden is dat de inwoner, ook met hulp uit zijn sociaal netwerk of een vertegenwoordiger, problemen heeft met het omgaan daarmee. Dit komt voor in de volgende situaties:
De inwoner is handelingsonbekwaam.
De inwoner heeft door dementie, een verstandelijke beperking, hersenletsel of ernstige psychische problemen onvoldoende inzicht in de eigen situatie.
De inwoner heeft een verslaving. Daarbij kan sprake zijn van ongecontroleerde uitgaven en verwaarlozing van de financiële situatie, waarbij het verstrekken van een persoonsgebonden budget een risico kan vormen.
De inwoner heeft schulden. De vraag is of de inwoner dusdanige financiële problemen heeft dat, bij de verstrekking van een persoonsgebonden budget, de verwachting bestaat dat deze verkeerd gebruikt wordt. De verstrekking van een persoonsgebonden budget zal dan tot vergroting van het probleem leiden.
Deze opsomming is niet limitatief. Er kunnen andere situaties zijn waarin het verstrekken van een persoonsgebonden budget niet gewenst is.
HOOFDSTUK 3. › § 3.2
Artikel 3.2.1
Bekwaamheid inwoner
Onderdeel van Nadere regels maatschappelijke ondersteuning Sint-Michielsgestel 2024