Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 14

Intrekken van de vergunning

Onderdeel van Monumentenverordening

De vergunning kan door het bevoegd gezag worden ingetrokken indien: blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend; de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het monument zwaarder dient tewegen. blijkt dat de vergunninghouder de bij de vergunning gestelde voorschriften niet naleeft.   d. niet binnen 52 weken van de vergunning gebruik wordt gemaakt.

Rechtspraak bij dit artikel