Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 3.1

Armoede en armoedebestrijding

Onderdeel van Beleidsplan Financiële Zelfredzaamheid

Of iemand arm is, hangt volgens de definitie af van wat in de eigen samenleving als minimaal noodzakelijk geldt. Dit betekent dat armoede in Nederland niet te vergelijken is met armoede in landen waar hongersnood en droogte heersen. Ook is armoede in het Nederland van nu heel wat anders dan armoede in het Nederland van net na de Tweede Wereldoorlog. De huidige maatschappij verschilt immers van die van zeventig jaar geleden. Toen waren er heel andere normen voor minimaal noodzakelijke uitgaven. Armoede verwijst naar een situatie die al langere tijd voortduurt. Iemand die een keer een maand weinig inkomen heeft, telt niet als ‘arm’. Armoede wordt gemeten op basis van het jaarinkomen: iemand is arm als het jaarinkomen onder de armoedegrens blijft. Het inkomen kan dus een deel van het jaar hoger zijn dan de armoedegrens. Iemand leeft in armoede als ze na het betalen van de vaste lasten (wonen, energie en zorg) te weinig geld overhouden voor andere basisbehoeften 2CBS, Nibud en SCP oktober 2024. Leven in langdurige armoede kan gepaard gaan met het hebben van geldzorgen en/of schulden. Wanneer iemand in armoede leeft, is er een grotere kans op het ontwikkelen van schulden. Dit wordt onder andere veroorzaakt door een beperkt beschikbare buffer om de financiële tegenvaller op te vangen. Tegelijkertijd kan het hebben van schulden ervoor zorgen dat iemand (soms tijdelijk) de beschikking heeft over beperkte middelen en hierdoor in armoede komt te leven. Oorzaken en gevolgen van armoede Armoede kent vaak meerdere oorzaken. Voorbeelden van mogelijke oorzaken zijn werkloosheid, een slechte gezondheid, laaggeletterdheid en psychische problemen. Daarnaast kunnen er verschillende ingrijpende gebeurtenissen zijn opgetreden zoals een echtscheiding of het overlijden van een partner, waardoor financiële problemen zijn ontstaan. Naast persoonlijke oorzaken wordt armoede ook sociologisch bepaald, dat wil zeggen dat de familie of wijk waarin je opgroeit van invloed kan zijn. Dit is de zogenoemde overerving van armoede en is het belangrijk in te zetten op het doorbreken van intergenerationele armoede. Programma’s zoals ‘opgroeien in een kansrijke omgeving’ kunnen hier aan bijdragen. Armoede is een ingrijpend probleem. Het kent vaak meer gevolgen dan alleen het niet meer kunnen betalen van de rekeningen. De gevolgen van in armoede leven kunnen groot zijn: er ontstaan vaak schulden, mensen kunnen niet meedoen met de maatschappij, worden uitgesloten en voelen zich buitengesloten. De tweedeling wordt hierdoor groter. Armoede leidt tot minder geluk, meer stress, stigma en schaamte en een verminderde ervaring van controle over de eigen situatie. Armoede maakt mensen gericht op de korte termijn. Deze factoren kunnen armoede in stand houden, doordat ze het moeilijker maken om goed te functioneren en goede beslissingen (voor de langere termijn) te nemen 3Onderzoek: De effecten van armoede op voelen, denken en doen versie 20 maart 2018, Arnoud Plantinga, Marcel Zeelenberg en Seger M. Breugelmans. Urgentie van aanpak armoede In Nederland zijn 179 Voedselbanken en ontvangen ruim 180.000 Nederlanders hulp van deze Voedselbanken. Er is een steeds grotere groep inwoners die hard werkt voor een inkomen, maar door inflatie en andere stijgingen op achterstand komt te staan. Zelfs met twee inkomens is het door de stijgende lasten soms niet meer mogelijk om rond te komen. Het aanpakken van armoede zal bijdragen aan het verlagen van stress bij inwoners wat leidt tot een verbetering van algehele (mentale, fysieke en financiële) gezondheid. Complexiteit van het vraagstuk armoede Armoede is onderdeel van een groter probleem. Het is dan ook onmogelijk om het vraagstuk van armoede en schulden met één beleidsregel of een herijking van het beleidsplan op te lossen. In het boek van Tim ’S Jongers ‘Armoede uitgelegd aan mensen met geld’ wordt hieraan gerefereerd. Geldproblemen gaan vaak gepaard met andere problemen. Het is dan ook belangrijk verbanden te leggen tussen verschillende domeinen. Schulden en armoede hangen niet altijd samen. Een laag besteedbaar inkomen is meestal het gevolg van een (te) laag inkomen gecombineerd met bijvoorbeeld een grote(re) afstand tot de arbeidsmarkt. Daarnaast zien we dat mensen die lijden onder geldstress vaak te weinig mentale ruimte ervaren om de stap naar werk te kunnen maken. Ondersteuning van inwoners in het meedoen en rondkomen is in veel situaties complex en vraagt maatwerk.

Rechtspraak bij dit artikel