Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 4.1

Feiten en cijfers

Onderdeel van Beleidsplan Financiële Zelfredzaamheid

Kenmerken minimahuishoudens tot 120% Wsm. Aandeel AOW-uitkeringen (35%) ligt in de gemeente Geertruidenberg boven het landelijk gemiddelde van 20-25%. Van alle minimahuishoudens in beeld met een AOW-uitkering als voornaamste inkomensbron, leeft 96% al langdurig (3 jaar of langer) van een minimuminkomen. Huishoudtype: 57% vormt een alleenstaand huishouden. 21% van de huishoudens met ten minste een minderjarig kind. 12% eenoudergezin 9% tweeoudergezin Bijna de helft van de minimakinderen groeit op in een eenoudergezin (160 kinderen, 47%). Daarnaast is te zien dat de helft van de minimakinderen tussen de 4 en 12 jaar oud zijn. De meerderheid van de kinderen die opgroeien in een minimagezin heeft een niet-westerse migratieachtergrond (177 kinderen, 52%). Dit ligt in lijn met het landelijk gemiddelde. In de gemeente Geertruidenberg groeien kinderen in een eenoudergezin verhoudingsgewijs vaker op in een huishouden met een inkomen tot 120% Wsm.(27% = ruim 1 op de 4 kinderen) dan kinderen uit een tweeoudergezin. Langdurige minima Tot slot zien we dat het aantal langdurige minima (3 jaar of langer) gemiddeld 6% hoger is ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Dit is onder andere te verklaren door het verhoogde aantal AOW-gerechtigden in onze gemeente. We kunnen hierdoor concluderen dat de uitstroom verder zal stabiliseren en de hoogte van het aantal AOW-gerechtigden nog gaat toenemen gezien de inwonersgegevens in de gemeente Geertruidenberg. Echter kunnen we op basis van deze gegevens nog geen conclusies trekken over het mogelijke aantal problematische schulden. Demografische gegevens: Herkomst: 72% van de minimahuishoudens heeft een Nederlandse achtergrond (615 huishoudens). Hoewel er qua aantallen meer minimahuishoudens zijn met een Nederlandse achtergrond, hebben huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond verhoudingsgewijs vaker een minimuminkomen dan huishoudens met een Nederlandse achtergrond of een westerse migratieachtergrond. Van alle huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond heeft een derde een inkomen tot 120% Wsm (zie onderstaande tabel). Bereik regelingen De Armoedemonitor laat ons vooral zien dat het bereik van de regelingen afwijkt van het landelijk gemiddelde. Dit kan diverse verklaringen hebben, zoals schaamte, laaggeletterdheid of onvoldoende zichtbaarheid en communicatie met betrekking tot de mogelijkheden van de aanwezige voorzieningen en regelingen in onze gemeente. Zo maakt slechts 32% gebruik van de regeling ‘kwijtschelding’ en zien we dat ook het gebruik van de tegemoetkomingsregeling ruim onder het landelijk gemiddelde zit met 21%. Uitkomsten Inkomenseffectrapportage Uit onze Inkomenseffectrapportage (IER) kunnen we concluderen dat er twee doelgroepen met een inkomen van 100% Wsm. te kort komen wanneer zij geen gebruik maken van de gemeentelijke regelingen. Het betreft de paren zonder kinderen en de paren met kinderen in de leeftijd van 8-13 jaar. De eerste groep komt maandelijks €47 tekort en de tweede groep houdt €1 over per maand.

Rechtspraak bij dit artikel