Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1

Begripsbepalingen

Onderdeel van Verordening toeslagen en verlagingen WWB en WIJ, gemeente Geertruidenberg

1. Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de WWB, de WIJ en de Awb. 2. In deze verordening wordt verstaan onder:      a.   de WWB: de Wet werk en bijstand (Staatsblad 2003; 375);      b.   de WIJ de Wet investeren in jongeren (Staatsblad 2009; 282);      c.   gehuwdennorm: de norm als bedoeld in artikel 21, onderdeel c, van de WWB en            artikel 28, eerste lid, onderdeel d van de WIJ;      d.   toeslag: het hoger vaststellen van de norm voor een al-leenstaande of een            alleenstaande ouder bedoeld in artikel 25 van de WWB en artikel 30, tweede lid            van de WIJ;      e.   verlaging: het lager vaststellen van de norm en de toeslag bedoeld in de            artikelen 26, 27, 28 en 29 van de WWB en de artikelen 31,32 en 33 van de WIJ;      f.    woning: een woning, een woonwagen of een woonschip;      g.   woonkosten:           1.   indien een huurwoning wordt bewoond, de op de aanvangsdatum van het                 lopende huurtoeslagtijdvak per maand geldende huurprijs als bedoeld in de                  Wet op de huurtoeslag;            2.   indien een eigen woning wordt bewoond, de tot een bedrag per maand                  omgerekende som van de ten behoeve van de financiering van de woning                  verschuldigde hypotheekrente en de in verband met het in eigendom hebben                  van de woning te betalen zakelijke lasten en een naar omstandigheden vast                  te stellen bedrag voor onderhoud;     h.   verzorgingsbehoevende: degene die is aangewezen op verzorging ter            voorkoming van opname in een verpleeg- of verzorgingstehuis;      i.    schoolverlater: de persoon die een beroep op de WWB of WIJ doet, indien hij in            de zes maanden voorafgaande aan de toekenning van de algemene bijstand            de deelname heeft beëindigd aan onderwijs of een beroepsopleiding waarvoor            aanspraak bestond op studiefinanciering op grond van de Wet            studiefinanciering 2000 of op een tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage en            de schoolkosten op grond van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming            onderwijsbijdrage en schoolkosten. Het aanmerken als schoolverlater eindigt            zes maanden na het beëindigen van voornoemd onderwijs of            beroepsopleiding;      j.    college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente            Geertruidenberg;      k.   jongere: een hier te lande woonachtige Nederlander, of daarmee op grond van            het tweede lid van artikel 2 van de WIJ gelijkgestelde, van 16 jaar of ouder doch            jonger dan 27 jaar.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel