Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 21

Artikel 21.1

Algemene uitgangspunten kwijtscheldingsbeleid

Onderdeel van Leidraad invordering gemeentelijke belastingen gemeente Geertruidenberg

Bijzonderheden gemeente Geertruidenberg Op grond van de Gemeentewet zijn afwijkende regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop de kosten van bestaan in aanmerking worden genomen. De normbedragen voor bestaanskosten, zoals beschreven in de regeling, bedragen 100% in plaats van 90%. Op verzoek verstrekt de invorderingsambtenaar een actueel overzicht van de voor de gemeente Geertruidenberg van toepassing zijnde kosten van bestaan en overige normbedragen. Niet voor alle belastingen is (volledige) kwijtschelding mogelijk. In de betreffende belastingverordening is opgenomen of en in welke mate kwijtschelding kan worden aangevraagd. Onder bepaalde voorwaarden en voor bepaalde belastingaanslagen hanteert de gemeente Geertruidenberg een systeem van meerjarige kwijtschelding. Het gaat hierbij om een specifieke doelgroep met een Wwb-uitkering. Toetsing vindt plaats door de afdeling Sociale Zaken. Indien uit controle blijkt dat een dusdanige verandering is ontstaan, dat de belastingschuldige volgens de systematiek van meerjarige kwijtschelding niet meer voor kwijtschelding in aanmerking komt, komt de meerjarige kwijtschelding te vervallen. De meerjarige kwijtschelding vindt ook geen toepassing indien enig feit het vermoeden wekt dat er wijziging is ontstaan in de vermogensbestanddelen en/of betalingscapaciteit van de belastingschuldige. De belastingschuldige kan vervolgens een verzoek om kwijtschelding indienen bij de invorderingsambtenaar, waarna complete toetsing zal plaatsvinden. Kwijtschelding van betaalde belastingschulden De invorderingsambtenaar verleent ook kwijtschelding van belastingaanslagen die al zijn betaald, als aan de volgende voorwaarden is voldaan: De belastingschuldige dient het verzoek om kwijtschelding in binnen drie maanden nadat de (laatste) betaling op de belastingaanslag heeft plaatsgevonden. De belastingschuldige heeft betaald onder omstandigheden die aanleiding zouden hebben gegeven tot kwijtschelding als hij daar eerder om had verzocht. Als de invorderingsambtenaar het verzoek toewijst, betaalt hij de belastingschuldige het bedrag terug waarvoor kwijtschelding is verleend. Het indienen van een verzoek om kwijtschelding Het verzoek om kwijtschelding moet worden ingediend bij de invorderingsambtenaar op een daartoe ingesteld verzoekformulier. Als de belastingschuldige een verzoek om kwijtschelding indient, maar dit niet doet op het daartoe bestemde formulier, neemt de invorderingsambtenaar het verzoek niet als zodanig in behandeling. De invorderingsambtenaar zendt een verzoekformulier aan de belastingschuldige en stelt deze in de gelegenheid het verzoek alsnog binnen twee weken in te dienen. In afwachting hiervan wordt de invordering in beginsel opgeschort. Als de belastingschuldige het formulier niet terugzendt, wijst de invorderingsambtenaar het verzoek af. Niet ingevuld of onjuist ingevuld verzoekformulier om kwijtschelding Als de invorderingsambtenaar een uitgereikt of toegezonden verzoekformulier onvolledig ingevuld terugontvangt, stelt hij de belastingschuldige in de gelegenheid de ontbrekende gegevens alsnog binnen twee weken te verstrekken. In afwachting daarvan schort de invorderingsambtenaar de invordering in beginsel op. De invorderingsambtenaar vraagt de gegevens slechts éénmaal op. Als de belastingschuldige niet alle gevraagde nadere gegevens bijvoegt, beschouwt de invorderingsambtenaar het verzoek ook als onvolledig ingevuld en wijst hij het verzoek af. Gegevens en normen ten tijde van indiening verzoek om kwijtschelding Bij de beoordeling van het verzoek zijn de gegevens en normen van belang die gelden op het moment van indiening van het verzoek, tenzij in de leidraad anders is aangegeven. Toewijzing van het verzoek om kwijtschelding onder voorwaarden Als de invorderingsambtenaar besluit dat kwijtschelding zal worden verleend nadat aan één of meer voorwaarden is voldaan, dan neemt hij die voorwaarden in de beschikking op. Als de invorderingsambtenaar in de voorwaarden heeft opgenomen dat verrekening zal plaatsvinden van uit te betalen bedragen, dan stelt hij tevens de termijn vast waarin verrekening van die bedragen zal plaatsvinden. De termijn bedraagt maximaal drie jaar, te rekenen vanaf de dagtekening van de kennisgeving, dan wel als dit minder is de tijd die nog overblijft voordat de verjaring van de belastingaanslag intreedt. Als tot de voorwaarden de voldoening van een deel van de schuld behoort, dan moet de invorderingsambtenaar de belastingschuldige uitnodigen om binnen een termijn van tien dagen een voorstel te doen met betrekking tot de betaling van dat deel. Hierbij is het uitstelbeleid (zie het beleid dat in deze leidraad is verwoord op artikel 25 van de wet) van toepassing. Als tot de voorwaarden naast de voldoening van een deel van de schuld ook de verrekening van teruggaven behoort, wordt het te betalen bedrag niet beïnvloed door de hoogte van de verrekende teruggaven. Motivering afwijzing van het verzoek om kwijtschelding Als de invorderingsambtenaar het verzoek om kwijtschelding afwijst, moet hij motiveren waarom hij tot afwijzing van het verzoek heeft besloten. Daarbij moet hij alle afwijzingsgronden noemen. Na afwijzen kwijtschelding tien dagen wachttijd bij voortzetting invordering Als de invorderingsambtenaar geen kwijtschelding verleent, of als het College van Burgemeester en Wethouders afwijzend heeft beslist op een ingediend beroepschrift tegen de afwijzing, dan wordt de vervolging in beginsel niet aangevangen of voortgezet binnen een termijn van tien dagen na dagtekening van de beschikking. Deze termijn wordt niet of niet geheel verleend als naar het oordeel van de invorderingsambtenaar aanwijzingen bestaan dat door het niet direct aanvangen of vervolgen van de invordering de belangen van de gemeente Geertruidenberg worden geschaad. Mondeling meedelen afwijzen kwijtschelding Om de belangen van de gemeente Geertruidenberg niet te schaden, kan de invorderingsambtenaar de beslissing op een kort voor de executoriale verkoop ingediend verzoek om kwijtschelding mondeling bekend maken. De invorderingsambtenaar bevestigt deze beslissing zo spoedig mogelijk bij beschikking. In dat geval geldt niet de termijn van tien dagen waarbinnen de invorderingsambtenaar de invordering niet mag aanvangen of voortzetten. Evenzo geldt voor een kort voor de executoriale verkoop gedaan verzoek dat niet is ingediend op een verzoekformulier of op een verzoekformulier dat onvolledig is ingevuld, dat de invorderingsambtenaar de belastingschuldige niet in de gelegenheid stelt het verzoek in te dienen op het daartoe bestemde formulier of de belastingschuldige niet in de gelegenheid stelt de ontbrekende gegevens aan te vullen, maar het verzoek afwijst. Wanneer wordt geen kwijtschelding verleend Er wordt geen kwijtschelding verleend als: de gevraagde gegevens voor de beoordeling van het verzoek niet, niet volledig, onjuist, of niet op het door de invorderingsambtenaar uitgereikte formulier zijn verstrekt; uit de verstrekte gegevens voor de beoordeling van het verzoek een onevenredige verhouding blijkt tussen de omvang van de uitgaven enerzijds en het inkomen anderzijds en de belastingschuldige de in dat verband door de invorderingsambtenaar gevraagde opheldering niet of naar het oordeel van de invorderingsambtenaar in onvoldoende mate verschaft; de belastingschuldige heeft nagelaten de vereiste aangifte in te dienen. In dat geval wordt de belastingschuldige meegedeeld dat een nieuw verzoek om kwijtschelding niet eerder kan worden ingediend, dan nadat de heffingsambtenaar op grond van de alsnog verstrekte gegevens de belastingaanslag tot het juiste bedrag heeft kunnen vaststellen. Het verzoek dat wordt ingediend nadat de belastingaanslag tot het juiste bedrag is vastgesteld, behandelt de invorderingsambtenaar als een eerste verzoek. een bezwaarschrift tegen de hoogte van de belastingaanslag in behandeling is bij de heffingsambtenaar, dan wel een beroepschrift tegen de hoogte van de belastingaanslag in behandeling is bij de rechtbank of (in hoger beroep) bij het gerechtshof. Een eventuele vermindering of vernietiging van de belastingaanslag dient namelijk aan kwijtschelding vooraf te gaan. De belastingschuldige wordt meegedeeld dat een nieuw verzoek om kwijtschelding niet eerder kan worden ingediend dan nadat op het bezwaarschrift of beroepschrift (in hoger beroep) is beslist. voor de desbetreffende belastingaanslag zekerheid is gesteld; er sprake is van meer dan één belastingschuldige; een derde nog voor de belastingschuld aansprakelijk kan worden gesteld; het aan de belastingschuldige kan worden toegerekend dat de belastingaanslag niet kan worden voldaan. Daarvan is onder andere sprake als: a. het aan opzet of grove schuld van de belastingschuldige is te wijten dat te weinig belasting is geheven; b. een uitbetaald bedrag (bijvoorbeeld een belastingteruggaaf) niet is aangewend ter voldoening van de schuld waarvan kwijtschelding wordt gevraagd, tenzij het een voorlopige teruggaaf betreft voor zover die niet voor beslag vatbaar is; c. vanaf de bekendmaking van de belastingaanslag tot aan de indiening van het verzoek om kwijtschelding op enig moment voldoende middelen aanwezig waren om de aanslag te kunnen voldoen; d. de belastingschuldige wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat een belastingaanslag zou worden opgelegd en nalatig is gebleven in verband daarmee middelen te reserveren; e. het verzoek is ingediend voor een belastingaanslag die het gevolg is van het feit dat een loonbelastingverklaring niet of onjuist is ingevuld, tenzij de belastingschuldige aannemelijk maakt dat het niet of onjuist invullen niet aan hem kan worden verweten; f. het verzoek is ingediend voor een belastingaanslag die het gevolg is van het feit dat de belastingschuldige ten onrechte een verzoek, dan wel een onjuist verzoek om een voorlopige teruggaaf heeft ingediend, tenzij de belastingschuldige aannemelijk maakt dat hem dit niet kan worden verweten; g. de belastingschuldige geen gebruik heeft gemaakt van het recht op aanvullende bijstand, waardoor de belastingaanslag (gedeeltelijk) zou kunnen worden betaald; h. aan de belastingaanslag een negatieve voorlopige aanslag is voorafgegaan die vastgesteld is overeenkomstig de ingediende aangifte, tenzij de belastingschuldige aannemelijk maakt dat het hem niet kan worden verweten dat een correctie van die aangifte heeft plaatsgevonden. de belastingschuldige in surseance van betaling of in staat van faillissement verkeert, tenzij een akkoord is gesloten als bedoeld in de artikelen 138 en 252 FW; ten aanzien van de belastingschuldige de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard, tenzij sprake is van een akkoord als bedoeld in artikel 329 FW, dan wel van een belastingaanslag, niet zijnde een belastingaanslag als bedoeld in artikel 8, tweede lid, van de regeling, voor zover die materieel verschuldigd is geworden op een tijdstip of over een tijdvak dat is gelegen na de uitspraak waarbij de schuldsaneringsregeling van toepassing is verklaard, en niet kan worden aangemerkt als een boedelschuld; het verzoek is ingediend voor een voorlopige aanslag én die aanslag nog niet is gevolgd door een (definitieve) aanslag; door de invorderingsambtenaar nadere voorwaarden zijn gesteld en aan die voorwaarden nog niet is voldaan. Zodra aan de gestelde voorwaarden is voldaan, kan alsnog kwijtschelding worden verleend. Ook wordt geen kwijtschelding verleend voor het bedrag van de te betalen belasting waarop het verzoek betrekking heeft als aannemelijk is dat dit bedrag kan worden voldaan omdat: binnen twee jaren na het verzoek als gevolg van sterk wisselende inkomens een hoger inkomen is te verwachten; binnen een jaar na indiening van het verzoek een verbetering is te verwachten in de financiële omstandigheden; binnen een jaar na het verzoek een belastingteruggaaf, anders dan de voorlopige teruggaaf, bedoeld in artikel 14, tweede lid, van de regeling kan worden verwacht. De vraag of buitengewoon bezwaar bestaat de verschuldigde belasting te betalen, kan immers slechts betrekking hebben op een per saldo verschuldigd bedrag. Alleen voor dat saldo moeten de aanwezige financiële middelen worden aangesproken. Dit houdt in dat geen kwijtschelding kan worden verleend als de belastingaanslag binnen een jaar door middel van verrekening kan worden aangezuiverd. Begrip ex-ondernemer en kwijtschelding Als een ex-ondernemer om kwijtschelding vraagt, past de invorderingsambtenaar het kwijtscheldingsbeleid voor particulieren toe of de schuldenregeling voor particulieren en ex-ondernemers. Er is geen sprake van een ex-ondernemer als (een deel van) het bedrijfsvermogen nog aanwezig is. In dat geval zal het verzoek om kwijtschelding moeten worden behandeld overeenkomstig het bepaalde onder Kwijtschelding van belastingen voor ondernemers in deze leidraad. Het nog aanwezige bedrijfsvermogen zal geheel moeten worden gebruikt ter aflossing van de openstaande (zakelijke) belastingaanslagen. Verzoekschriften aan andere instellingen De invorderingsambtenaar houdt de invordering aan als er een verzoekschrift is ingediend bij de Nationale Ombudsman. Als naar het oordeel van de invorderingsambtenaar aanwijzingen bestaan dat door het niet direct aanvangen of vervolgen van de invordering de belangen van de gemeenteGeertruidenberg worden geschaad, kan de invorderingsambtenaar toch invorderingsmaatregelen treffen. Onherroepelijke invorderingsmaatregelen mogen alleen worden genomen na voorafgaande toestemming van het College van Burgemeester en Wethouders.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel