Het dwangbevel levert een executoriale titel op. Na betekening aan de belastingschuldige, kan de belastingdeurwaarder het dwangbevel met toepassing van de voorschriften van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering ten uitvoer leggen (artikel 14, eerste lid, van de wet).
Als het dwangbevel per post is betekend moet de belastingdeurwaarder een hernieuwd bevel totbetaling betekenen, voordat hij tot tenuitvoerlegging van het dwangbevel overgaat (artikel 14,tweede lid, van de wet).
Als de betekening van het hernieuwd bevel tot betaling plaatsvindt conform artikel 47 Rv dat wil zeggen door achterlating van het bevel in een gesloten envelop of door terpostbezorging van het bevel gaat de belastingdeurwaarder pas na twee dagen na betekening van het hernieuwde betalingsbevel over tot tenuitvoerlegging.
In de overige gevallen kan de belastingdeurwaarder onmiddellijk tot tenuitvoerlegging van het dwangbevel overgaan. Betekening van een hernieuwd bevel tot betaling hoeft overigens niet plaats te vinden als het dwangbevel met toepassing van artikel 15, eerste lid, aanhef en onderdeel c, van de wet, terstond ten uitvoer kan worden gelegd (artikel 14, derde lid, van de wet).
Keuze van invorderingsmaatregelen
De tenuitvoerlegging gebeurt op de voet van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering dat toelaat de verschillende mogelijkheden van tenuitvoerlegging tegelijkertijd te benutten.
Houding van de belastingdeurwaarder tijdens tenuitvoerlegging
De tenuitvoerlegging van verschillende dwangbevelen tegen dezelfde belastingschuldige gebeurt zoveel mogelijk tegelijkertijd. Bij de tenuitvoerlegging wordt onnodige ruchtbaarheid vermeden. Ook wordt de nodige soepelheid betracht. Dit brengt met zich mee dat de formeel voorgeschreven handelwijze wordt onderbroken, als het uit menselijk of tactisch oogpunt wenselijk is eerst persoonlijk contact met de belastingschuldige op te nemen.
In dit verband kan het verantwoord zijn dat de belastingdeurwaarder niet dadelijk tot beslaglegging overgaat of deze onderbreekt of beëindigt, als hij vermoedt dat de invorderingsambtenaar de beslagopdracht niet zou hebben gegeven als alle omstandigheden bekend waren geweest. Dit geldt ook als de belastingschuldige aantoont dat de betaling inmiddels heeft plaatsgevonden.
Als het dwangbevel eenmaal ten uitvoer is gelegd door middel van beslag, wordt onverwijld tot uitwinning van de goederen waarop beslag is gelegd, overgegaan. Hiervan kan worden afgeweken als de belastingschuldige een voorstel doet tot minnelijke afdoening van het beslag. Voorwaarde is dan wel dat met de afdoening gelet op de omstandigheden naar het oordeel van de invorderingsambtenaar akkoord kan worden gegaan. Hierbij geldt als uitgangspunt dat een minnelijke afdoening moet passen in het in deze leidraad geformuleerde beleid.
Tenuitvoerlegging dwangbevel als de belastingschuldige is overleden
Als degene tegen wie het dwangbevel is uitgevaardigd, is overleden, gaat de belastingdeurwaarder pas tot tenuitvoerlegging over nadat de termijn van drie maanden als bedoeld in artikel 4:185 BW is verstreken. Als alle erfgenamen de nalatenschap zuiver hebben aanvaard, kan de rechtbank de termijn van drie maanden verlengen. Als de nalatenschap wordt vereffend, kan de invorderingsambtenaar gedurende de vereffening zijn vordering niet op de nalatenschap verhalen.
Volgorde van uitwinning bij beslag
Als de invorderingsambtenaar naast zaken van de belastingschuldige, ook zaken in beslag heeft genomen waar derden rechten op hebben, dan wint hij die zaken uit in de volgorde:
1. zaken van belastingschuldige zelf;
2. zaken waar anderen dan de belastingschuldige een beperkt recht op hebben;
De invorderingsambtenaar hoeft deze volgorde niet in acht te nemen als op voorhand duidelijk is dat:
de hoogte van de belastingschuld aantasting van de rechten van derden onvermijdelijk maakt
of;
het belang van de invordering zich hiertegen verzet.
Verhaal op met vruchtgebruik of recht van gebruik bezwaarde zaken
Voordat verhaal wordt gezocht op met vruchtgebruik of recht van gebruik bezwaarde zaken, of op goederen verkregen onder de ontbindende voorwaarde van overlijden waarbij zich een opschortende voorwaarde ten gunste van een verwachter aansluit, licht de invorderingsambtenaar andere belanghebbenden dan de erfgenamen van de belastingschuldige zoveel mogelijk in over zijn voornemen.
Beslaglegging voor vordering van derden
Als de invorderingsambtenaar voor een belastingschuld beslag heeft gelegd, gaat hij ook over tot beslaglegging voor vorderingen van derden met gelijke preferentie, waarvan de invordering aan hem is opgedragen, ongeacht de executiewaarde van de inbeslaggenomen zaken.
Opheffing beslag na gedeeltelijke betaling of voldoening aan voorwaarden
De invorderingsambtenaar kan een beschikking afgegeven, die inhoudt dat voor een openstaande belastingschuld geen invorderingsmaatregelen meer worden getroffen wanneer alsnog een bepaaldbedrag wordt voldaan dan wel dat aan bepaalde voorwaarden moet zijn voldaan. De invorderingsambtenaar heft de gelegde beslagen op nadat dit bedrag is betaald of aan die voorwaarden is voldaan.
Opheffing beslag tegen betaling door een derde
Als de invorderingsambtenaar van een derde een bedrag krijgt aangeboden ter opheffing van het beslag, dan kan de invorderingsambtenaar hieraan zijn medewerking verlenen als ten minste is voldaan aan de volgende voorwaarden:
1. Het aangeboden geldbedrag komt niet direct of indirect uit het vermogen van de belastingschuldige.
2. Het aangeboden geldbedrag is aanzienlijk hoger dan de opbrengst die naar verwachting zou zijn verkregen bij een executie.
3. De belangen van de gemeente Geertruidenberg worden niet geschaad.
De invorderingsambtenaar houdt bij zijn beslissing rekening met de gerechtvaardigde belangen van andere schuldeisers die op de betreffende zaken verhaal zoeken, en hij kan aan zijn medewerking nadere voorwaarden verbinden.
Opschorten van de executie
De belastingdeurwaarder stelt bij het opmaken van het proces-verbaal van beslag eenverkoopdatum vast. Op deze datum vindt de openbare verkoop plaats, tenzij deinvorderingsambtenaar ervan overtuigd is dat betaling van de belastingschuld alsnog op zeer korte termijn zal plaatsvinden. In dat geval kan de invorderingsambtenaar besluiten de verkoopdatum op te schorten tot (in totaal) maximaal vier maanden na de datum waarop het beslag is gelegd. Als sprake is van beslag op roerende zaken, dan deelt de belastingdeurwaarder de nieuwe verkoopdatum bij exploot aan de belastingschuldige mee, tenzij deze nieuwe datum op grond van een schriftelijke overeenkomst tussen de invorderingsambtenaar en de belastingschuldige is verschoven. Het opschorten van de verkoopdatum houdt op zich geen uitstel van betaling in, in dezin van artikel 25 van de wet.
Onderhandse verkoop
Als een onderhandse verkoop van in beslag genomen zaken naar verwachting aanzienlijk meer oplevert dan de verwachte opbrengst bij openbare verkoop, dan kan de invorderingsambtenaar kiezen voor een onderhandse verkoop. De invorderingsambtenaar moet hierbij rekening houden met de gerechtvaardigde belangen van eventuele derde-rechthebbenden die zich bij hem bekend hebben gemaakt. De invorderingsambtenaar stelt deze derden in de gelegenheid om een bedrag aan te bieden ter opheffing van het beslag. Onderhandse verkoop vindt niet plaats als hierdoor de belangen van de gemeente Geertruidenberg worden geschaad.
Samenloop opheffing beslag en onderhandse verkoop
De invorderingsambtenaar kan de mogelijkheid hebben om te kiezen tussen:
a. een aangeboden bedrag ter opheffing van het beslag tegen betaling door een derde
b. een onderhandse verkoop.
De invorderingsambtenaar geeft dan in het algemeen de voorkeur aan opheffing van het beslag; voorwaarde is dat de hierdoor verkregen opbrengst niet lager is dan die van een onderhandse verkoop.
Strafrechtelijk beslag
Als op een inbeslaggenomen goed ook een strafrechtelijk beslag ex artikel 94 Sv rust dat wil zeggen niet zijnde een beslag in het kader van een ontnemingsmaatregel dan wordt het beslag dat de belastingdeurwaarder heeft gelegd pas vervolgd nadat het strafrechtelijke beslag is opgeheven. Zolang niet duidelijk is wat met het strafrechtelijke beslag gebeurt, kan het fiscale beslag blijven liggen.
Invordering en ontnemingwetgeving
De gemeente Geertruidenberg belemmert zo min mogelijk de strafrechtelijke sanctionering en ontneming van wederrechtelijk verkregen voordelen. In geval van samenloop van de strafrechtelijke sanctionering en ontneming van wederrechtelijk verkregen voordelen en het nemen van invorderingsmaatregelen tot verhaal van een belastingschuld, treedt de invorderingsambtenaar terughoudend op. Dit houdt in dat de invorderingsambtenaar in beginsel niet direct overgaat tot uitwinning van gelegd beslag tenzij hiermee de belangen van de gemeente Geertruidenberg worden geschaad.
Als de verdachte/veroordeelde naast illegaal inkomen nog legaal inkomen heeft waarvoor belastingaanslagen zijn opgelegd, dan kan de invorderingsambtenaar wel tot daadwerkelijke uitwinning van die vermogensbestanddelen overgaan, die anders dan door onderzoek van politie of openbaar ministerie zijn opgespoord.
Voor zover sprake is van een maatregel tot schadevergoeding, als bedoeld in artikel 36f, eerste lid, Sr ten behoeve van slachtoffers of benadeelde derden, of anderszins aan slachtoffers of benadeelde derden tegemoet wordt gekomen, treedt de invorderingsambtenaar niet terughoudend op.
Als de gemeente Geertruidenberg op het moment dat de invordering wel is gestart, maar nog niet tot beslaglegging is overgegaan in kennis wordt gesteld van een ontnemingszaak en van het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel van de belastingschuldige, dan treft de invorderingsambtenaar invorderingsmaatregelen met een conservatoir karakter. Als de belangen van gemeente de Geertruidenberg worden geschaad door opschorting van uitwinning, gaat de invorderingsambtenaar echter wel over tot uitwinning. Hierbij kan onder meer doch niet uitsluitend worden gedacht aan:
een situatie waarin door de daadwerkelijke uitwinning van het inbeslaggenomene niet ter hand te nemen, de verhaalswaarde daarvan in onevenredige mate vermindert (denk hierbij onder meer aan voorraden, personenauto s en dergelijke);
een situatie waarin het niet uitwinnen van de beslagen zaak leidt tot een schadeactie, hetzij van de zijde van de belastingschuldige, hetzij van de zijde van de medecrediteuren.
Hoofdstuk 15
Artikel 15.1
Tenuitvoerlegging algemeen
Onderdeel van Leidraad invordering gemeentelijke belastingen gemeente Geertruidenberg