Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 37

Artikel 37.1

Algemene uitgangspunten insolventieprocedures

Onderdeel van Leidraad invordering gemeentelijke belastingen gemeente Geertruidenberg

Aanmelden belastingschulden in WSNP of faillissementUiterlijk veertien dagen vóór de verificatievergadering meldt de invorderingsambtenaar zijn vorderingen ter verificatie aan bij de bewindvoerder. Daarbij wordt er van uitgegaan dat belastingschulden die naar tijdvak worden geheven, geacht worden van dag tot dag te ontstaan. De invorderingsambtenaar meldt ook conserverende belastingschulden ter verificatie aan bij de bewindvoerder.Voor het indienen van vorderingen in het faillissement wordt verwezen naar het beleid dat in deze leidraad is verwoord op artikel 19 van de wet. Boedelschulden De invorderingsambtenaar ziet er op toe dat de boedelschulden tijdig door de curator worden voldaan. Als belastingschulden die als boedelschulden kunnen worden aangemerkt, ten onrechte niet worden voldaan, wendt de invorderingsambtenaar zich in beginsel eerst tot de curator teneinde informatie te verkrijgen over de toestand van de boedel en zo mogelijk langs minnelijke weg alsnogvoldoening te bewerkstelligen. Als dit niet leidt tot een bevredigende oplossing wendt de invorderingsambtenaar zich met zijn grieven tot de rechter-commissaris. In het uiterste geval kan de invorderingsambtenaar rechtstreeks verhaal zoeken op de boedel.Het voorgaande is ook van toepassing bij een wettelijke schuldsaneringsregeling. Bij de invordering van boedelschulden kan de invorderingsambtenaar tijdens de wettelijke schuldsaneringsregeling niet het faillissement van de schuldenaar aanvragen.Belastingschulden ontstaan gedurende een surséance zijn boedelschulden in het faillissement (zie de beleidsbepalingen op artikel 19 van de wet in deze leidraad). Proceskostengarantie Als de curator een gerechtelijke procedure (niet zijnde de bestuurdersaansprakelijkheidsprocedure) moet aanspannen om een bate voor de boedel te kunnen realiseren, en de aanwezige baten van de boedel niet toereikend zijn om de proceskosten te voldoen, kan de curator bij de invorderingsambtenaar een gemotiveerd verzoek indienen om garantstelling voor het bedrag dat niet uit de boedel kan worden voldaan. Bij de beoordeling van het verzoek neemt de invorderingsambtenaar als uitgangspunt dat: de boedel bij de actie van de curator moet zijn gebaat; de invorderingsambtenaar (een deel van) de in het faillissement ingediende vordering zal kunnen innen.Daarnaast stelt de invorderingsambtenaar de eis dat de schuldeisers die bij een verdeling van de activa eveneens zullen profiteren van de vermoedelijke opbrengst van de procedure bereid zijn om naar evenredigheid mee garant te staan voor de proceskosten. Dit geldt ook voor boedelschuldeisers. Als een bewindvoerder in de wettelijke schuldsaneringsregeling de invorderingsambtenaar een verzoek om garantstelling doet, treedt de invorderingsambtenaar in overleg met het College van Burgemeester en Wethouders. Uitstel in relatie tot WSNP en faillissement Voor uitstel van betaling in relatie tot WSNP en faillissement wordt verwezen naar het beleid dat in deze leidraad is verwoord op artikel 25 van de wet. Kwijtschelding in relatie tot WSNP en faillissement Zie voor kwijtschelding in relatie tot WSNP en faillissement de beleidsbepalingen in deze leidraad op artikel 26 van de wet.

Rechtspraak bij dit artikel