Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 37

Artikel 37.4

Faillissement

Onderdeel van Leidraad invordering gemeentelijke belastingen gemeente Geertruidenberg

Faillissementsaanvraag algemeen De belastingaanslag(en) waarvoor de invorderingsambtenaar het faillissement aanvraagt, moeten onherroepelijk vaststaan of in redelijkheid materieel verschuldigd worden geacht. Een faillissementsaanvraag blijft achterwege als de belastingschuldige aantoont dat de betalingsonmacht van korte duur is.Voor een voorlopige aanslag vraagt de invorderingsambtenaar slechts een faillissement aan als: - die aanslag is gevolgd door een definitieve aanslag; - naast de voorlopige aanslag ook andere aanslagen onbetaald zijn gebleven. Ontbinding van rechtspersonen in plaats van faillissementsaanvraag Als sprake is van een rechtspersoon die geen activiteiten meer uitoefent, en bovendien bekend is dat geen baten aanwezig zijn, dan wordt de voorkeur gegeven aan het treffen van maatregelen die moeten leiden tot ontbinding van die rechtspersoon boven het aanvragen van het faillissement van die rechtspersoon. Particulieren en faillissement Het aanvragen van het faillissement van een particulier blijft achterwege als wordt verwacht dat de invorderingsambtenaar de eventuele vermogensbestanddelen ook geheel of nagenoeg geheel zonder faillissement kan uitwinnen, zelfs als daarbij niet de gehele schuld wordt voldaan.Particulieren zijn in dit verband natuurlijke personen die niet een onderneming drijven of zelfstandig een beroep uitoefenen en waarvan niet aannemelijk is dat zij van plan zijn dit te doen. Voor zover de openstaande belastingschulden het gevolg zijn van bedrijfsvoering of uitoefening van een zelfstandig beroep, worden natuurlijke personen die hun bedrijf of zelfstandige beroepsuitoefening hebben gestaakt in dit verband niet beschouwd als particulieren. Saneringsaanbod en faillissementsaanvraag Als de belastingschuldige voordat de faillissementsaanvraag in behandeling is genomen een verzoek om kwijtschelding of een verzoek om toepassing van de schuldsaneringsregeling van de gemeente Geertruidenberg doet, dan wel een buitengerechtelijk akkoord aanbiedt, dan zal de invorderingsambtenaar de faillissementsaanvraag aanhouden dan wel intrekken om het verzoek dan wel het aanbod aan een nader oordeel te onderwerpen. Hiervan wordt afgeweken als op voorhand duidelijk is dat het verzoek dan wel het aanbod louter is gedaan om de behandeling van de faillissementsaanvraag te traineren. Er wordt ook van afgeweken als het aanbod onvoldoende past binnen het door de gemeente Geertruidenberg gehanteerde kwijtscheldingsbeleid respectievelijk het in het kwijtscheldingsbeleid opgenomen saneringsbeleid,en/of gebaseerd is op een onjuiste voorstelling van zaken. In deze gevallen wijst de invorderingsambtenaar het verzoek dan wel het  aanbod bij beschikking gemotiveerd af, zonder de faillissementsaanvraag in te trekken of aan te houden. Verzoek om uitstel van betaling vóór behandeling faillissementsaanvraag door rechter Als de belastingschuldige een verzoek om uitstel van betaling doet, voordat de rechtbank de faillissementsaanvraag in behandeling heeft genomen, dan zal de invorderingsambtenaar de faillissementsaanvraag aanhouden dan wel intrekken om het verzoek aan een nader oordeel te  onderwerpen.De invorderingsambtenaar doet dit niet als duidelijk is dat het verzoek louter is gedaan om de behandeling van de faillissementsaanvraag te traineren, of als het verzoek onvoldoende past binnen het door de gemeente Geertruidenberg gehanteerde uitstelbeleid, en/of gebaseerd is op een onjuiste voorstelling van zaken. In deze gevallen wijst de invorderingsambtenaar het verzoek bij beschikkinggemotiveerd af, zonder de faillissementsaanvraag in te trekken of aan te houden. Toestemming voor faillissementsaanvraag De invorderingsambtenaar moet voor iedere faillissementsaanvraag schriftelijk toestemming van het College van Burgemeester en Wethouders hebben. Verlenen van steunvordering en faillissementsaanvraagVoor het verstrekken van de gegevens van de belastingschuldige geldt niet hetgeen in het beleid in dit onderdeel van de leidraad is vermeld met betrekking tot een faillissementsaanvraag door de invorderingsambtenaar. Wel is voor het verstrekken van de gegevens toestemming van het College van Burgemeester en Wethouders vereist, als het een belastingschuldige betreft die een bedrijf voert of zelfstandig een beroep uitoefent waaraan in totaal meer dan vijftig werknemers zijn verbonden. De gegevens worden uitsluitend schriftelijk verstrekt. Als de invorderingsambtenaar zelf het initiatief neemt om een andere schuldeiser van de belastingschuldige te benaderen met het verzoek het faillissement van de belastingschuldige aan te vragen met gebruikmaking van de belastingschuld als steunvordering, dan geldt wel hetgeen is vermeld in dit onderdeel van de leidraad. In dat geval is dus ook toestemming van het College vanBurgemeester en Wethouders vereist. Verzet tegen faillietverklaring Als de invorderingsambtenaar gebruik wil maken van de mogelijkheid tot verzet tegen de faillietverklaring als bedoeld in artikel 10, Fw heeft hij hiervoor toestemming van het College van Burgemeester en Wethouders nodig. Beroep op regresrecht in faillissement In het faillissement van een belastingschuldige kan een schuldenaar van de belastingschuldige als deze schuldenaar door de invorderingsambtenaar aansprakelijk kan worden gesteld op grond van artikel 34, 35, 35a of 35b van de wet zich beroepen op een voorwaardelijke regresrecht. Door dit beroep kan de vordering niet worden geïnd.Het beroep op het regresrecht vervalt als zeker is dat de invorderingsambtenaar de schuldenaar van de belastingschuldige niet aansprakelijk stelt. In een dergelijke situatie kan (uitsluitend) de curator zich tot de invorderingsambtenaar wenden met het verzoek om een besluit te nemen over het wel of niet aansprakelijk stellen van de schuldenaar van de belastingschuldige. De invorderingsambtenaarmoet het belang van de curator en de door deze vertegenwoordigde schuldeisers betrekken in de besluitvorming of hij tot aansprakelijkstelling zal overgaan. De curator legt aan de invorderingsambtenaar alle relevante gegevens met betrekking tot de voorwaardelijke regresvordering over. In ieder geval maakt de curator (ook kwantitatief) inzichtelijk, hoe groot het belang van de invorderingsambtenaar is bij afwikkeling van de boedel mét en zónder inning van de vordering waarvoor een beroep op de voorwaardelijke regresvordering wordt gedaan.De invorderingsambtenaar verzendt de curator binnen tien dagen na ontvangst van de gegevens een ontvangstbevestiging. A ls de invorderingsambtenaar naar aanleiding van de verstrekte gegevens nadere informatie wenst, vermeldt hij dat in de ontvangstbevestiging. Ook geeft hij aan de redelijke termijn waarop de aanvullende gegevens moeten zijn verstrekt. De invorderingsambtenaar betrekt in ieder geval de volgende aspecten bij de mogelijke, door hem te nemen beslissingen: - Het financiële belang van de invorderingsambtenaar dat bestaat uit het zo veel mogelijk innen van openstaande belastingschulden op de voor de invorderingsambtenaar minst belastende wijze. - De beschikbare capaciteit nu en in de nabije toekomst voor het doen van haalbaarheidsonderzoeken en het aansprakelijk stellen door de invorderingsambtenaar. - Het belang dat de curator en de schuldeisers hebben bij een zo optimaal mogelijke incasso van de uitstaande vordering en/of bij een zo spoedig mogelijke afwikkeling van een faillissement. - Hoe verhoudt zich de omvang van de vordering van de belastingschuldige op zijn schuldenaar (lees de aansprakelijke) tot het mogelijke bedrag waarvoor die schuldenaar in totaliteit aansprakelijk zou kunnen worden gesteld. De invorderingsambtenaar deelt binnen een redelijke termijn gemotiveerd aan de curator één van de volgende beslissingen mee: - De invorderingsambtenaar zal binnen zes maanden overgaan tot een aansprakelijkstelling van de debiteur van de belastingschuldige. - De invorderingsambtenaar zal binnen zes weken overgaan tot een haalbaarheidsonderzoek van een aansprakelijkstelling. - Bij een toekomstige aansprakelijkstelling zal een bedrag in mindering worden gebracht op de aansprakelijkheidsschuld ter grootte van het bedrag dat met de invorderingsambtenaar is overeen gekomen en ook daadwerkelijk door de aansprakelijke schuldenaar van debelastingschuldige is betaald. - De invorderingsambtenaar zal de schuldenaar in het geheel niet aansprakelijk stellen voor de op dat moment bestaande belastingschulden. Verzending of uitreiking aanslagbiljet bij faillissement Voor toezending of uitreiking van het aanslagbiljet ingeval van faillissement wordt verwezen naar de in deze leidraad opgenomen beleidsbepalingen op artikel 8 van de wet. Opkomen in faillissement Van de bevoegdheid op grond van artikel 19 van de wet om van de curator dadelijke voldoening aan de vordering te verlangen, wordt verwezen naar de in deze leidraad opgenomen beleidsbepalingen op artikel 19 van de wet. Na de toepassing van het faillissement De invorderingsambtenaar maakt in beginsel geen gebruik van de bevoegdheid van artikel 196 Fw, om na de beëindiging van een faillissement het proces-verbaal van de verificatievergadering voor het onbetaald gebleven bedrag tegen de schuldenaar te executeren. Als er wel aanleiding tot invordering bestaat, doet de invorderingsambtenaar dit zoveel mogelijk bij dwangbevel.Bij natuurlijke personen hervat de invorderingsambtenaar slechts in bijzondere omstandigheden de invordering na beëindiging van het faillissement. Deze omstandigheden doen zich onder andere voor als de betrokkene binnen vijf jaar na het faillissement beschikt over een meer dan modaal inkomen of over vermogensbestanddelen van substantiële waarde.Als na beëindiging van faillissement daaruit ontvangen gelden, moeten worden terugbetaald, treedt de invorderingsambtenaar in verband met artikel 194 Fw in overleg met de curator. Opening nationale (secundaire) insolventieprocedure Als de belastingschuldige woont of gevestigd is in een lidstaat van de EU niet Denemarken endaar in staat van insolventie verkeert terwijl in Nederland sprake is van een nevenvestiging, kan in Nederland op grond van de EG-insolventieverordening een zogenoemde territoriale of secundaire procedure worden geopend. Onmiddellijk na kennisname van de in het buitenland geopende hoofdprocedure, beoordeelt de invorderingsambtenaar of hij baat heeft bij het openen van een secundaire procedure in Nederland. Een dergelijke secundaire procedure betreft alleen de liquidatieprocedure dus niet de surseance van betaling en wordt afgewikkeld volgens het in Nederland geldende recht. De staat van insolventie behoeft daarbij niet te worden aangetoond. De invorderingsambtenaar vraagt een secundaire procedure aan met inachtneming van het in deze leidraad verwoorde beleid. Omzetting faillissement in WSNP Als omzetting van een faillissement in een wettelijke schuldsaneringsregeling mogelijk is, toetst de invorderingsambtenaar als de schuldenaar hier uitdrukkelijk om verzoekt een door de schuldenaar in het faillissement aangeboden akkoord aan het beleid ingevolge artikel 19a en 22a van de regeling

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel