Voor u ligt de Leidraad Invordering gemeentelijke belastingen Geertruidenberg. Deze Leidraad vervangt de Leidraad Invordering gemeentelijke belastingen gemeente Geertruidenberg van 9 december 2008.
Net als de Leidraad Invordering 2008 van het Rijk (hierna: Rijksleidraad) en de Model-Leidraad van de VNG, bevat de Leidraad invordering gemeentelijke belastingen Geertruidenberg enkel beleidsregels. Werkinstructies zijn niet opgenomen.
Ook bij de opmaak van deze Leidraad is aansluiting gezocht bij de Model-Leidraad van de VNG. Het is echter geen kopie. Daar waar noodzakelijk hebben wij bepalingen toegevoegd of aangepast aan de gemeentelijke situatie.
Opzet van de Leidraad
Voor de indeling in artikelen en subartikelen is aangesloten bij Rijksleidraad. Sommige artikelen uit de Invorderingswet 1990 en onderdelen van de Rijksleidraad treft u echter niet aan. Reden hiervoor is dat deze onderdelen en artikelen niet van toepassing zijn voor de gemeente. Dit is aangegeven met de opmerking: ‘Deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente’. Wij hebben dit gedaan om de nummering van de originele Rijksleidraad niet te veranderen. De (halfjaarlijkse) wijzigingen van het Ministerie van Financiën kunnen dan sneller gevonden en veranderd worden.
Vanwege de leesbaarheid gebruiken wij in deze leidraad het begrip ‘ontvanger’ in plaats van de wettelijke term ‘gemeenteambtenaar belast met de invordering van gemeentelijke belastingen.
Om dezelfde reden wordt in deze leidraad het begrip ‘inspecteur’ gebruikt in plaats van de wettelijke term ‘gemeenteambtenaar belast met de heffing van gemeentelijke belastingen.
In de andere gevallen hebben wij gekozen voor de directe vertaling van (Rijks)belastingfunctionarissen naar de lokale benamingen.
Eigen invulling
Op een aantal plaatsen in de leidraad is tekst van de Rijksleidraad aangepast aan de gemeentelijke situatie.
Tevens zijn een aantal optionele bepalingen opgenomen. Deze bepalingen komen niet in de Rijksleidraad voor.
Wie stelt de Leidraad binnen de gemeente vast?
Uit de wet blijkt niet wie binnen de gemeente de Leidraad moet vaststellen. De Rijksleidraad is vastgesteld door de staatssecretaris van Financiën. Het betreft hier een bevoegdheid die intern door de minister aan de staatssecretaris is overgedragen. Met de inwerkingtreding van de aanpassingswetgeving derde tranche Algemene wet bestuursrecht (1 januari 1998) wordt ‘de minister’ in de Gemeentewet vertaald met 'het college'. Wij stellen ons op het standpunt dat de Leidraad invordering gemeentelijke belastingen ertoe strekt het invorderingsbeleid te formuleren en te formaliseren. De Leidraad moet als zodanig worden vastgesteld door hetzij degene aan wie de bevoegdheid is geattribueerd, dat is de gemeenteambtenaar belast met de invordering van gemeentelijke belastingen (artikel 231, tweede lid, onderdeel c, van de Gemeentewet), hetzij degene onder wiens bestuursverantwoordelijkheid de bevoegdheid wordt uitgeoefend.
Dit volgt uit artikel 4:81 Awb . Met de inwerkingtreding van de vierde tranche Algemene wet bestuursrecht (1 juli 2009) is in artikel 10:22 Awb geregeld dat het bestuursorgaan onder wiens verantwoordelijkheid een persoon of college werkt, de bevoegdheid heeft om per geval of in het algemeen instructies aan die persoon of dat college te geven. Door de woorden ‘per geval’ is de bevoegdheid vastgelegd tot het geven van bijzondere instructies. Bij instructies ‘in het algemeen’ gaat het om interne instructies van algemene aard of beleidsregels.
De vraag in dit verband is of het college bestuursverantwoordelijkheid draagt voor de uitvoering van de invordering of de gemeenteraad. Voor de gemeenteraad pleit dat dit orgaan de regels vaststelt (de organisatieverordening) op grond waarvan de aanwijzing van de gemeenteambtenaar belast met de invordering van gemeentelijke belastingen moet plaatsvinden. De daadwerkelijke benoeming van de betrokken ambtenaar vindt echter plaats door het college. Gelet op het voorgaande zouden zowel de gemeenteambtenaar belast met de invordering van gemeentelijke belastingen, als het college als de gemeenteraad bevoegd zijn tot het vaststellen van beleidsregels betreffende de invordering. Wel zouden deze regels naar de mate waarin de afstand tot de uitvoering groter is, zich meer moeten beperken tot algemene aanwijzingen en algemene instructies. Alles afwegend gaat onze voorkeur uit naar het college als het bestuursorgaan dat de Leidraad vaststelt.
Artikel 1.1.
Inleiding
Onderdeel van Leidraad invordering gemeentelijke belastingen gemeente Geertruidenberg