Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 9

Uitvoering en mandatering

Onderdeel van Verordening voorzieningen inburgering Krimpen aan den IJssel 2009

Burgemeester en wethouders zijn belast met de uitvoering van het bepaalde in deze verordening. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het door hen te nemen besluit in het kader van de Wet inburgering, voor zover het individuele aanspraken op een voorziening betreft: volgens de Wet inburgering respectievelijk het Besluit inburgering; volgens de gemeentelijke beleidsregels en uitvoeringsvoorschriften, te mandateren aan het hoofd van de afdeling Samenleving, zulks onder nader door hen te stellen regels met betrekking tot de verantwoording van de mandatering. Voorts is het hoofd van de afdeling Samenleving bevoegd ondermandaat te verlenen. De onder het tweede lid genoemde mandaatregeling geldt niet voor: het vaststellen van beleidsregels voor de uitvoering van de Wet inburgering; het vaststellen van beleidsverslagen en beleidsplannen; het nemen van besluiten op bezwaarschriften; het instellen van beroep. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het nemen van beheersbesluiten inzake de verstrekking van individuele voorzieningen, evenals het nemen van besluiten met betrekking tot de inrichting van de administratieve organisatie, te mandateren aan het afdelingshoofd, zulks onder nader door hen te stellen regels met betrekking tot de verantwoording van de mandatering. De onder 2. en 4. genoemde regeling geldt evenzeer voor de uitvoering van de producten en processen, vermeld in het jaarlijks vast te stellen afdelingsplan.

Rechtspraak bij dit artikel