Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2

Artikel 6

Voorkoming verspreiding infectieziekten

Onderdeel van Verordening op de kinderopvang Krimpen aan den IJssel

1.. Het is aan de houder van een kindercentrum, dan wel aan degene die met de dagelijkse leiding daarvan belast is, verboden: enig persoon tot het kindercentrum of tot enige daarmee in verbinding staande lokaliteit toe te laten of daarin zelf te vertoeven, wanneer volgens of vanwege de directeur van de GGD daarmee het gevaar aanwezig is van overbrenging van een infectieziekte, zoals genoemd in de Wet bestrijding infectieziekten en opsporing ziekteoorzaken; enig persoon tot het kindercentrum of tot enige daarmee in verbinding staande lokaliteit toe te laten of daarin zelf te vertoeven, wanneer hij redelijkerwijs kan vermoeden dat daarmee het gevaar aanwezig is van overbrenging van een infectieziekte, zoals genoemd in de onder a vermelde wet. 2.. Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van de in het eerste lid bedoelde verboden. 3.. Van het in het eerste lid onder a omschreven verbod is de houder ontheven, zodra de behandelend geneesheer een schriftelijke verklaring heeft afgegeven dat de kans op overbrenging van een infectieziekte is uitgesloten. 4.. De bepalingen in dit artikel laten onverlet de bepalingen krachtens de Wet bestrijding infectieziekten en opsporing ziekteoorzaken.

Rechtspraak bij dit artikel