1 De voorzitter, de leden van de raad en de griffier hebben een
vaste zitplaats, door de voorzitter na overleg in het presidium bij
aanvang van iedere nieuwe zittingsperiode van de raad
aangewezen.
2 Indien daartoe aanleiding bestaat, kan de voorzitter de indeling
herzien na overleg in het presidium.
3 De voorzitter draagt zorg voor een zitplaats voor de wethouders,
secretaris en overige personen, die voor de vergadering zijn
uitgenodigd.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 2
Artikel 13
Zitplaatsen
Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden