1 Schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De vragen
kunnen van een toelichting worden voorzien. Bij de vragen wordt
aangegeven, of schriftelijke of mondelinge beantwoording wordt
verlangd.
2 De vragen worden bij de voorzitter van de raad ingediend. Deze draagt
er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige
leden van de raad en het college worden gebracht.
3 Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder
geval binnen dertig dagen, nadat de vragen zijn binnengekomen.
Mondelinge beantwoording vindt plaats in de eerstvolgende
raadsvergadering. Indien beantwoording niet binnen deze termijnen kan
plaatsvinden, stelt het college de vragensteller hiervan gemotiveerd in
kennis, waarbij de termijn aangegeven wordt, waarbinnen beantwoording
zal plaatsvinden. Dit bericht wordt behandeld als een antwoord.
4 De antwoorden worden door het college aan de leden van de raad
medegedeeld.
5 De vragen en antwoorden worden gelijktijdig met de stukken als bedoeld
in artikel 17 aan de leden van de raad toegezonden.
6 De vragensteller kan, bij schriftelijke beantwoording in de
eerstvolgende raadsvergadering en bij mondelinge beantwoording in
dezelfde raadsvergadering, na de behandeling van de op de agenda
voorkomende onderwerpen nadere inlichtingen vragen omtrent het door de
burgemeester of door het college gegeven antwoord, tenzij de raad anders
beslist.
Hoofdstuk 4
Artikel 37
Schriftelijke vragen
Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden