Voor een tegemoetkoming, onverlet de overige bepalingen van deze verordening, zijn uitgesloten personen die:
een uitkering ontvangen respectievelijk een bijdrage betalen volgens de AWBZ
een uitkering ontvangen volgens de WSF
verblijven in een Penitentiaire Inrichting
Artikel 1.7. Door burgemeester en wethouders aangewezen kosten
Voor de vaststelling van de voor een tegemoetkoming in aanmerking komende kosten zijn burgemeester en wethouders bevoegd regels te stellen. Het college stelt tenminste een lijst op van instellingen, waarvan de kosten van lidmaatschap voor een tegemoetkoming in aanmerking komen.
Voor de bepaling van de overige kosten, waarin een tegemoetkoming kan worden verstrekt, worden uit oogpunt van redelijkheid mede in aanmerking genomen kosten die uit het lidmaatschap van een instelling voortvloeien of andere hiermee verband houdende kosten zoals bijvoorbeeld kleding, boeken, gereedschappen en dergelijke.
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd te bepalen, dat een instelling niet behoort tot de relevante sectoren in de sociaal-culturele, hobby of sportieve sfeer, indien de doelstelling van de instelling geen relatie heeft met deze sectoren of de activiteiten van de instelling in strijd moeten worden geacht met de wet of het algemeen belang, met inachtneming van de staatkundige vrijheid evenals van de vrijheid van godsdienst of levensovertuiging.
Artikel 1.8. Door burgemeester en wethouders vastgestelde middelentoets
Voor de vaststelling van aanvragers met een inkomen tot 115% van het sociaal minimum zijn burgemeester en wethouders bevoegd jaarlijks de geldende inkomensgrenzen vast te stellen. Voor de toepassing van de inkomensgrenzen volgens het sociaal minimum wordt uitgegaan van de normbedragen volgens de Wet werk en bijstand.
Burgemeester en wethouders gaan uit van het netto inkomen van de aanvrager en de partner, waarbij op het inkomen rustende beslagen, schulden enzovoort in het algemeen niet worden betrokken. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd hiervan af te wijken, indien bijzondere individuele omstandigheden daartoe aanleiding geven.
Rekening wordt gehouden met vermogen volgens de vrijlatingsgrenzen vermeld in de Wet werk en bijstand.
De relevante inkomens- en vermogensgrenzen worden periodiek door het college herzien.
HOOFDSTUK 1:
Artikel 1.6.
Uitzonderingen op de doelgroep
Onderdeel van Verordening voorzieningenfonds