**1..** Aan de wethouder wordt een onkostenvergoeding toegekend voor overige aan de uitoefening van het ambt verbonden kosten die gelijk is aan het maximumbedrag, vermeld in artikel 25, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit wethouders.
**2..** Aan de wethouder van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt, wordt in afwijking van het eerste lid een onkostenvergoeding toegekend die gelijk is aan het maximumbedrag, vermeld in artikel 25, tweede lid, van het Rechtspositiebesluit wethouders.
**3..** Indien de wethouder op grond van artikel 19 van deze verordening een mobiele telefoon in bruikleen ter beschikking is gesteld blijft de onkostenvergoeding voor overige aan de uitoefening van het ambt verbonden kosten gehandhaafd op het ingevolge het eerste en tweede lid geldende bedrag.
Hoofdstuk III
Artikel 17
Onkostenvergoeding
Onderdeel van Verordening voorzieningen wethouders, raads-, burger- en commissieleden 2003