Elke feitelijke aanranding van de persoon van de Koning die niet valt in een zwaardere strafbepaling wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zeven jaren en zes maanden of geldboete van de vijfde categorie.
Boek Tweede › Titel II
Artikel 109
Artikel 109
Onderdeel van Wetboek van Strafrecht· Strafrecht
In werking sinds 1 mei 1984