Elke feitelijke aanranding van de persoon van de echtgenoot van de Koning, van de vermoedelijke opvolger van de Koning, van diens echtgenoot, of van de Regent die niet valt in een zwaardere strafbepaling wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vijfde categorie.
Boek Tweede › Titel II
Artikel 110
Artikel 110
Onderdeel van Wetboek van Strafrecht· Strafrecht
In werking sinds 1 mei 1984