Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder: a. functioneringsgesprek: gesprek tussen leidinggevende en medewerker en tussen leidinggevende en naast hogere leidinggevende over het functioneren en de loopbaan van de medewerker, waarbij afspraken worden vastgelegd. b. functioneringsverslagformulier: document dat na het functioneringsgesprek wordt gebruikt om de gespreksonderwerpen en actiepunten vast te leggen; c. Persoonlijk Ontwikkelings Plan: onderdeel van het functioneringsverslagformulier waarin de ontwikkelafspraken van de medewerker worden vastgelegd. d. beoordeling: het op een gestructureerde wijze wegen en vastleggen van de functievervulling en de gezichtspunten die met de functievervulling te maken hebben van leidinggevenden en medewerkers; e. beoordelingsgesprek: gesprek tussen beoordelaar(s) en beoordeelde, eventueel aangevuld met een beoordelingsadviseur, waarbij de schriftelijk vastgelegde beoordeling wordt medegedeeld; f. beheersbeslissing: beslissing die nodig is om een rechtspositionele maatregel te verantwoorden; g. beoordeelde: de werknemer op wie de CAR/UWO van toepassing is; h. eerste beoordelaar:de direct leidinggevende van de medewerker of in het geval van de gemeentesecretaris een vertegenwoordiging van het college; i. tweede beoordelaar: een naast-hogere leidinggevende van de eerste beoordelaar of een ander MT-lid in geval van een beoordeling door de gemeentesecretaris; j. (Naasthogere)leidinggevende:Leidinggevenden zijn in dit verband MT-leden, projectmanagers, clustercoördinatoren (clustermanagers), Hoofd Buitendienst en coördinator culturele zaken. Naasthogere leidinggevende is hij/zij die hiërarchisch en functioneel boven de betreffende leidinggevende staat. k. beoordelingsadviseur: P en O-functionaris (coördinator/beleidsmedewerker) die de opgemaakte beoordeling toetst aan de hand van de regeling; l. beoordelingsformulier: het formulier waarin de beoordeling van de functievervulling van de beoordeelde wordt vastgelegd; m. functievervulling: het totaal van behaalde resultaten, prestaties en gedragingen van de beoordeelde tijdens de uitoefening van zijn functie; n. functie: het geheel van werkzaamheden, die blijkens de functie-omschrijving door de beoordeelde moeten worden verricht; o. beoordelingstijdvak: een tijdvak van tenminste 6 maanden en ten hoogste één jaar, direct voorafgaande aan het moment waarop de beoordelaar(s) de medewerker beoorde(elt)len; p. algemene gezichtspunten: aspecten van de functie die afgeleid zijn van de functie-eisen en die relevant zijn voor een goede functievervulling; q. bezwarencommissie: commissie die het college adviseert over ingediende bezwaren naar aanleiding van een vastgestelde beoordeling.
Functioneringsgesprek