Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.1

Artikel 2.1.1

Materiële vaste activa

Onderdeel van Nota Vaste Activa 2025

Het BBV (artikel 35) kent drie soorten materiële vaste activa, te weten: Investeringen met een economisch nut. Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut. Investeringen met economisch nut, waarvoor ter dekking van de kosten een heffing kan worden geheven Het concrete verschil tussen deze investeringen is dat investeringen met een economisch nut de mogelijkheid bieden middelen te genereren en/of verhandelbaar zijn, investeringen met een maatschappelijk nut hebben die mogelijkheid over het algemeen niet. Volgens het eerste lid van artikel 59 van het BBV worden alle investeringen geactiveerd. Dit geschiedt voor het volledige bedrag van de investering. Dit betekent dat reserves niet in mindering op het actief mogen worden gebracht. Volgens artikel 62 lid 2 moeten financiële bijdragen van derden wél in mindering gebracht worden op de waardering van het actief, als zij een directe relatie hebben met het actief. Investeringen met een economisch nut zijn verhandelbaar en/of kunnen bijdragen aan genereren van middelen. Voorbeelden hiervan zijn gebouwen en grond. Investeringen met een maatschappelijk nut genereren geen inkomsten, maar vervullen wel duidelijk een publieke taak. Het betreft investeringen in bijvoorbeeld wegen, water en groenvoorzieningen. Investeringen met een economisch nut waarvoor ter dekking van de kosten een heffing kan worden geheven (riool en afval) moeten apart op de balans worden opgenomen, omdat de regelgeving over de verslaggeving van de rioolheffing en de afvalstoffenheffing en de daaraan gerelateerde lasten tot onduidelijkheden in fiscale procedures hebben geleid. Mede gezien de juridische consequenties, die een onjuiste kostentoerekening aan deze taken kan hebben, is deze categorie in het leven geroepen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel