In overeenstemming met het BBV (artikel 34) worden onder de immateriële vaste activa afzonderlijk opgenomen:
Kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio.
Kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief.
Bijdragen aan activa in eigendom van derden.
Kosten voor het afsluiten van geldleningen mogen, volgens de BBV voorschriften, worden geactiveerd.
In artikel 63 lid 7 van het BBV is bepaald dat alle passiva – waaronder dus schulden – tegen nominale waarden moeten worden gewaardeerd. Dat houdt in dat de lening voor het totaalbedrag van de aangegane schuld moet worden opgenomen. Het verschil tussen het schuldbedrag en het uitgekeerde bedrag, het (dis)agio, kan naar keuze al dan niet worden geactiveerd. Vanwege het voorzichtigheidsprincipe worden deze kosten en de kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen direct ten laste van de exploitatie gebracht. Het uitgangspunt van de gemeente Krimpen aan den IJssel is, dat de financiering plaatsvindt met eigen vermogen. Als het noodzakelijk of gewenst is om te financieren met vreemd vermogen worden de kosten van het sluiten van geldleningen niet geactiveerd maar direct ten laste van het resultaat gebracht.
Het saldo van agio en disagio wordt direct op de exploitatie verantwoord
Het saldo van agio en disagio direct op de exploitatie te verantwoorden.
De kosten van het sluiten van geldleningen niet te activeren.
Kosten van onderzoek en ontwikkeling
Kosten van onderzoek en ontwikkeling mogen alleen geactiveerd worden als voldaan wordt aan de volgende voorwaarden (BBV artikel 60):
Het voornemen bestaat het actief te gebruiken of te verkopen;
De technische uitvoerbaarheid om het actief te voltooien vast staat;
Het actief in de toekomst economisch of maatschappelijk nut zal genereren;
De uitgaven die aan het actief zijn toe te rekenen betrouwbaar kunnen worden vastgesteld.
Als niet aan de hiervoor genoemde verplicht gestelde voorwaarden wordt voldaan, mogen de kosten van onderzoek en ontwikkeling voor plannen niet worden geactiveerd maar moeten deze in één keer ten laste van de exploitatie worden gebracht.
Deze voorwaarden betekenen dat dergelijke kosten alleen dan mogen worden geactiveerd als de plannen over het actief waarvoor de kosten gemaakt worden al redelijk omlijnd zijn, de plannen uitvoerbaar zijn en de kosten in te schatten zijn. Vanaf het moment dat de investering besteksgereed wordt gemaakt is sprake van voorbereidingskosten die worden geactiveerd met het betreffende kapitaalgoed. Dat betekent dat deze voorbereidingskosten in de betreffende investeringsbegroting worden meegenomen en uiteindelijk met het totaalbedrag van de investering worden geactiveerd en afgeschreven op basis van de afschrijvingstermijn van het actief ten behoeve waarvan de voorbereidingskosten worden gemaakt. Voor het bepalen van de scheidslijn tussen onderzoekskosten en voorbereidingskosten wordt in het algemeen de start van het besteksgereedmaken genomen. Uitzondering op het bovenstaande zijn vervangingsinvesteringen, waarbij kosten voor onderzoek en ontwikkeling wel met het kapitaalgoed worden geactiveerd en afgeschreven, omdat vanaf het begin duidelijk is dat de inspanningen zijn gericht op realisatie van het kapitaalgoed.
De kosten van onderzoek en ontwikkeling voor grondexploitaties nemen een bijzondere positie in. Om deze kosten te mogen toerekenen aan de grondexploitatie dient te worden voldaan aan voorwaarden aanvullend op artikel 60 van het BBV, zoals opgenomen in de Notitie grondbeleid van de commissie BBV zijnde stellige uitspraken.
De kosten voor onderzoek en ontwikkeling niet te activeren, tenzij het een vervangingsinvestering betreft.
Bijdragen aan activa in eigendom van derden
De categorie bijdragen aan activa in eigendom van derden behoeft een nadere toelichting. Deze kunnen worden geactiveerd als aan de volgende voorwaarden van het BBV (artikel 61) is voldaan:
Er is sprake van een investering door een derde.
De investering draagt bij aan de publieke taak.
De derde heeft zich verplicht tot het daadwerkelijk investeren, op een wijze zoals is overeengekomen en.
De bijdrage kan worden teruggevorderd, als de derde in gebreke blijft of de gemeente anders recht kan doen gelden op de activa die samenhangen met de investering.
Als vast staat dat aan alle voorwaarden wordt voldaan moet de gemeente de bijdrage behandelen als was het actief in kwestie in bezit van de gemeente.
Bijdragen aan activa in eigendom van derden, als is voldaan aan de voorwaarden van artikel 61 BBV, te activeren.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.1
Artikel 2.1.2
Immateriële vaste activa
Onderdeel van Nota Vaste Activa 2025