APPARTEMENTSRECHTEN:
Een aandeel in een gebouw met toebehoren dat na een bouwkundige splitsing bij notariële akte wordt gesplitst in afzonderlijke gebruiksgedeelten. Het recht omvat het exclusieve gebruik van een specifiek deel van het gebouw, geeft mede-eigendom in het geheel en maakt afzonderlijke verkoop mogelijk. Elk appartementsrecht wordt geregistreerd met een eigen kadastraal nummer en gespecificeerd op een splitsingstekening.
BESLUIT:
Een besluit van het college van B&W om wel of niet mee te werken aan een afwijking van het omgevingsplan;
BOUWKUNDIGE SPLITSING:
Het zodanig verbouwen van een woning dat meerdere zelfstandige wooneenheden ontstaan. Splitsing kan zowel horizontaal als verticaal plaatsvinden en leidt tot de vorming van twee of meerdere woningen met een eigen huisnummer op één gedeeld terrein.
COLLEGE VAN B&W:
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Geertruidenberg.
EERSTE BEBOUWINGSLIJN:
De lijn waarlangs de hoofdbebouwing van een perceel is gesitueerd (ook wel de voorgevelrooilijn genoemd) en die de grens vormt tussen de voor- en achterzijde van de bebouwing. Deze lijn wordt doorgaans bepaald door de voorgevel van de woning en is leidend bij de beoordeling van aangebouwde bijgebouwen die als onderdeel van de hoofdbebouwing worden beschouwd.
GBO:
Gebruiksoppervlakte, zoals gedefinieerd in de NEN2580.
GEMEENTELIJK BEELDBEPALEND PAND:
Aan de openbare weg gelegen pand, met stedenbouwkundig, architectonisch en/of landschappelijk waarde dat bijdraagt aan het ruimtelijk beeld van de straat of buurt, maar niet in de zin van de gemeentelijke Erfgoedverordening als een gemeentelijk monument is geregistreerd.
GEMEENTELIJK MONUMENT:
Monument als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet dat is ingeschreven in het gemeentelijk erfgoedregister.
GEMEENTELIJKE PANDEN:
Gebouwen die eigendom zijn van de gemeente Geertruidenberg en dienen voor openbare doeleinden, zoals het bieden van diensten aan inwoners of het huisvesten van gemeentelijke instellingen.
HUISHOUDEN:
Een persoon of groep personen die een (duurzame) gemeenschappelijke huishouding voert. Indien het huishouden uit 2 of meer personen bestaat, betreft het een leefvorm of samenlevingsvorm met continuïteit in de samenstelling en een onderlinge verbondenheid.
KADASTRAAL SPLITSEN VAN EEN GEBOUW:
Het splitsen van een gebouw in afzonderlijke gebruiksgedeelten, waarbij voor elk gedeelte een appartementsrecht ontstaat. Deze rechten worden bij notariële akte vastgelegd en afzonderlijk geregistreerd in het Kadaster met een eigen kadastraal nummer, gespecificeerd op een splitsingstekening. Kadastraal splitsen van een gebouw is alleen mogelijk na een bouwkundige splitsing en betreft uitsluitend de opsplitsing van het gebouw zelf in appartementsrechten. Dit verschilt van kadastraal splitsen van grond, waarbij een perceel wordt opgedeeld in meerdere kavels.
KAVELSPLITSING:
Het splitsen van een perceel grond in twee of meer nieuwe kavels met elk een eigen kadastraal registratienummer. Kavelsplitsing wordt toegepast bij het splitsen van onbebouwde percelen, maar ook bij het afsplitsen van een deel van een bebouwd perceel, zoals een tuin of erf, om deze afzonderlijk te kunnen verkopen of ontwikkelen.
ONZELFSTANDIGE WOONRUIMTE:
Woonruimte die niet voldoet aan de begripsbepaling zelfstandige woonruimte.
PROVINCIAAL MONUMENT:
Een door de provincie Noord-Brabant als zodanig aangewezen monument.
RIJKSMONUMENT:
Monument als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet dat is ingeschreven in het rijksmonumentenregister.
STEDELIJK GEBIED:
Gebied dat zich kenmerkt door een hoge concentratie van bebouwing, voorzieningen en infrastructuur zoals bedoeld in de Omgevingsverordening Noord-Brabant.
TWEEDE BEBOUWINGSLIJN
De lijn achter de eerste bebouwingslijn waarbinnen bijgebouwen, zoals garages, bergingen en schuurtjes, zijn toegestaan conform het omgevingsplan. Deze lijn markeert doorgaans het begin van het achtererfgebied, waar vrijstaande bijgebouwen kunnen worden gerealiseerd, mits in overeenstemming met de geldende regelgeving.
WONEN:
Het gehuisvest zijn in een woning.
WONING:
Een (gedeelte van een) gebouw dat dient voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.
WONINGSPLITSING:
Het zodanig inrichten, gebruiken of laten gebruiken van (een deel van) een woning dat feitelijk meerdere zelfstandige woningen ontstaan.
ZELFSTANDIGE WONING:
Een woning met een eigen toegang, eigen keuken, eigen toilet en eigen douche of bad.
Hoofdstuk
Artikel 1.
Begripsbepalingen
Onderdeel van Beleidsregel Woningsplitsing Geertruidenberg 2025