Voor het geldstromenbeheer gelden de volgende specifieke uitgangspunten en richtlijnen:
Het liquiditeitsgebruik wordt beperkt door de geldstromen op gemeenteniveau waar mogelijk op elkaar af te stemmen. Hierbij wordt erop toegezien dat de liquiditeitspositie voldoende is om te garanderen dat de verplichtingen tijdig kunnen worden nagekomen;
Het betalingsverkeer wordt zoveel mogelijk elektronisch uitgevoerd bij de huisbankier;
Contante geldstromen worden zoveel mogelijk beperkt.