Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 12

Hoogte verzuimboeten

Onderdeel van Beleidsregels bestuurlijke boeten toeristenbelasting gemeente Noord-Beveland

Aangifte verzuim Het niet of niet binnen de termijn doen van aangifte van de toeristenbelasting wordt aangemerkt als een verzuim ter zake waarvan de heffingsambtenaar een verzuimboete oplegt van 7% van het wettelijk maximum van artikel 67a, eerste lid, van de AWR. Bij het niet of niet binnen de termijn doen van aangifte van de toeristenbelasting is alleen sprake van een verzuim, indien belanghebbende de aangifte niet binnen een door de heffingsambtenaar gestelde termijn heeft gedaan en hij geen gevolg heeft gegeven aan een aanmaning van de heffingsambtenaar. Het in het eerste lid opgenomen boetebedrag kan niet hoger zijn dan het aanslagbedrag. Een aangifte die wordt ingediend nadat de aanslag (ambtshalve) is opgelegd, geldt niet alsnog als een (niet binnen de termijn) gedane aangifte. In afwijking van het tweede lid kan in uitzonderlijke gevallen een verzuimboete tot het wettelijk maximum worden opgelegd. Van een uitzonderlijk geval kan bijvoorbeeld sprake zijn indien belanghebbende stelselmatig in verzuim is. Ander verzuim Degene die niet voldoet aan de verplichting om de heffingsambtenaar en de door deze aangewezen deskundigen desgevraagd toegang te verlenen tot een gebouw en alle grond, voor zover dat voor een ingevolge de belastingwet te verrichten onderzoek nodig is, begaat een verzuim ter zake waarvan de heffingsambtenaar een verzuimboete oplegt naar het wettelijk maximum van artikel 67ca, eerste lid, van de AWR.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel