Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 8

De hoogte van de bestuurlijke boetes voor de verschillende overtredingen

Onderdeel van Verordening voorzieningen inburgering Krimpen aan den IJssel 2009

1.. De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 250 indien de inburgeringsplichtige of de persoon ten aanzien van wie het college op redelijke gronden kan vermoeden dat deze inburgeringsplichtig is geen of onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek bedoeld in artikel 25 van de wet. 2.. De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 500, indien de inburgeringsplichtige geen of onvoldoende medewerking verleent aan de uitvoering van de voor hem vastgestelde inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening, bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de wet of aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 6 van deze verordening. 3.. De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 500, indien de inburgeringsplichtige niet binnen de in artikel 7, eerste lid, van de wet bedoelde termijn of binnen de door het college op grond van artikel 31, tweede lid, onderdeel a, van de wet verlengde termijn het inburgeringsexamen of het staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II heeft behaald. 4.. De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 1.000, indien de inburgeringsplichtige niet binnen de door het college op grond van artikel 32 of 33 van de wet vastgestelde termijn het inburgeringsexamen of het staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II heeft behaald. 5.. Het college is bevoegd om beleidsregels vast te stellen voor de hoogte van de bestuurlijke boete. De in de beleidsregels genoemde boetes kunnen lager zijn dan de hiervoor genoemde maximale bedragen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel