Burgemeester en wethouders zijn belast met de uitvoering van het
bepaalde in deze verordening.
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het door hen te nemen
besluit in het kader van de Wet inburgering, voor zover het
individuele aanspraken op een voorziening betreft:
volgens de Wet inburgering respectievelijk het Besluit
inburgering;
volgens de gemeentelijke beleidsregels en
uitvoeringsvoorschriften,
te mandateren aan het hoofd van de afdeling Samenleving, zulks onder
nader door hen te stellen regels met betrekking tot de verantwoording
van de mandatering. Voorts is het hoofd van de afdeling Samenleving
bevoegd ondermandaat te verlenen.
De onder het tweede lid genoemde mandaatregeling geldt niet
voor:
het vaststellen van beleidsregels voor de uitvoering van de Wet
inburgering;
het vaststellen van beleidsverslagen en beleidsplannen;
het nemen van besluiten op bezwaarschriften;
het instellen van beroep.
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het nemen van
beheersbesluiten inzake de verstrekking van individuele
voorzieningen, evenals het nemen van besluiten met betrekking
tot de inrichting van de administratieve organisatie, te
mandateren aan het afdelingshoofd, zulks onder nader door hen te
stellen regels met betrekking tot de verantwoording van de
mandatering.
De onder 2. en 4. genoemde regeling geldt evenzeer voor de
uitvoering van de producten en processen, vermeld in het
jaarlijks vast te stellen afdelingsplan.
Hoofdstuk 5.
Artikel 9
Uitvoering en mandatering
Onderdeel van Verordening voorzieningen inburgering Krimpen aan den IJssel 2009