Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 1.

Artikel 1

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Toeslagenverordening Wet investeren in jongeren

In deze verordening wordt verstaan onder: de wet: de Wet investeren in jongeren; college: het college van burgemeester en wethouders; alleenstaande: de ongehuwde van 18 jaar of ouder doch jonger dan 27 jaar die geen tot zijn last komende kinderen heeft en geen gezamenlijke huishouding voert met een ander tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad of een bloedverwant in de tweede graad indien er bij één van de bloedverwanten in de tweede graad sprake is van zorgbehoefte; alleenstaande ouder: de ongehuwde van 18 jaar of ouder doch jonger dan 27 jaar die de volledige zorg heeft voor een of meer tot zijn last komende kinderen en geen gezamenlijke huishouding voert met een ander tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad of een bloedverwant in de tweede graad indien er bij één van de bloedverwanten in de tweede graad sprake is van zorgbehoefte; gehuwden: de personen die gehuwd zijn en beiden 18 jaar of ouder zijn en beiden jonger dan 27 jaar zijn; kind: het in Nederland woonachtige eigen kind of stiefkind; ten laste komend kind: het kind jonger dan 18 jaar voor wie de alleenstaande ouder of de gehuwde aanspraak op kinderbijslag kan maken; gehuwdennorm: de norm bedoeld in artikel 28, eerste lid onderdeel d, van de wet; woning: een woning als bedoeld in artikel 1, onderdeel j, Wet op de huurtoeslag, alsmede een woonwagen of woonschip, als bedoeld in artikel 3, zesde lid, Wet werk en bijstand; j. woonkosten: indien een huurwoning wordt bewoond, de per maand geldende huurprijs, bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Wet op de huurtoeslag; Indien een eigen woning wordt bewoond, de tot een bedrag per maand omgerekende som van de verschuldigde hypotheekrente en de in verband met het in eigendom hebben van de woning te betalen zakelijke lasten en een naar omstandigheden vast te stellen bedrag voor onderhoud.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel