Naar hoofdinhoud

Artikel 9

Frequentie en rolverdeling bij beoordelen

Onderdeel van Regeling functioneringsgesprekken en beoordelen 2009

1.. Een beoordeling wordt tenminste 1x per 2 jaar schriftelijk vastgelegd. Indien de leidinggevende of medewerker het wenselijk achten of indien sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 11 vindt de beoordeling eerder plaats. 2.. De medewerkers worden door hun direct leidinggevende als eerste beoordelaar beoordeeld. Op verzoek van de leidinggevende en/of de medewerker kan een naasthogere leidinggevende als 2e beoordelaar optreden. Dit wordt tevoren altijd aan de medewerker en leidinggevende bekendgemaakt. Ook als sprake is van één beoordelaar wordt altijd door de naasthogere leidinggevende getoetst of de beoordeling kan worden vastgesteld. Leidinggevenden worden door hun naasthogere leidinggevende beoordeeld, de gemeentesecretaris door een afvaardiging van het college. 3.. Bij beheersbeslissingen is altijd sprake van een tweede beoordelaar en toetsing door de beoordelingsadviseur.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel